recent

Julia’s Favorite Things

“My Favorite Things”

De titel van dit stuk komt je hoogstwaarschijnlijk bekend voor. In de clips, te vinden in de linkjes hieronder, wordt het lied “My Favorite Things” gezongen door Marni Nixon. Ze zingt de liederen voor “foreign dubbing”: de opname werd onder de zangers verspreid, die de liederen in de musical The Sound of Music in andere talen zouden gaan zingen. Op die manier konden ze kennis maken met de melodieën voordat ze de ‘echte’ uitvoering in de Engelse versie mochten zien. “My Favorite Things” is later vooral door John Coltrane beroemd gemaakt.

https://www.youtube.com/watch?v=RphAMQa7fDs (Marni Nixon)

https://www.youtube.com/watch?v=qWG2dsXV5HI (John Coltrane)

 

Een kleine introductie

Julia Kursell is hoofd van de opleiding muziekwetenschap. Ze heeft gestudeerd in München, waar oude muziek en de middeleeuwen centraal stonden. Hoewel ze de middeleeuwen spannend blijft vinden, is ze ook erg geïnteresseerd in 20e-eeuwse muziek en jazz. Ze geeft dit jaar geen les aan bachelorstudenten, maar wel aan masterstudenten: aan hen geeft ze het vak muziekgeschiedenis, waarbij de muziek uit andere tijden gereconstrueerd wordt onder voorwaarden van het heden en waar wordt gekeken naar de denkbeelden van 20e- en 21e-eeuwse denkers en wat daarvan nu nog relevant is voor ons beeld van de geschiedenis. Daarnaast geeft ze les in de Research Master Art Studies en gaat ze dit semester met twee collega’s voor het honoursprogramma een college geven over de geschiedenis van de geesteswetenschappen.

 

Wat zijn Julia’s Favorite Things?

1. Componist(en)
Mozart en Schönberg. Julia: “Schönberg verzint in bijna elk stuk iets verrassends.” Ze is onder de indruk van de hoekige sound die Schönberg bereikt in sommige uitvoeringen. “Ik voel me op een letterlijke manier door hem aangesproken, en dat is bij Mozart ook zo. Mozart heeft ook veel stukken geschreven waarvan je denkt: hoe kan dat? Het klinkt zo eenvoudig, maar het is eigenlijk erg ingewikkeld.” Op het moment luistert Julia veel naar hedendaagse muziek, zoals muziek van Enno Poppe en Chaya Czernowin. Naar Gérard Grisey en Conlon Nancarrow luistert ze ook graag. Ook als je de muziek al kent, kun je iets nieuws ontdekken; dat vindt ze mooi.

(Enno Poppe: Arbeit, Wespe, Trauben, Schrank & Salz)

(Conlon Nancarrow: Studies, Tango, Piece No. 2, Trio)

 

2. Boek (wetenschappelijk of fictie)
De Idioot van Dostojevski. Julia is gefascineerd door de figuur van de idioot in dit verhaal. De mogelijkheid die dit personage vertolkt om naïef over iets te oordelen en het goede te willen, dat blijft haar boeien.

 

3. Dier
Julia’s favoriete dier is het Winterkoninkje: “Hij blijft tijdens de winter in het land, en blijft ook zingen. Daarom is hij de koning. Het is een mooie begroeting in de ochtend. Ik hoor hem als ik naar de keuken ga en koffie zet.”

Als ik naar München ga, dan voelt dat als mijn stad.

4. Compositie(s)
Dit is voor Julia afhankelijk van de componist, maar dan kiest ze het Ave Verum Corpus van Mozart.

 

5. Pop band/artiest
Julia: “Dan moet ik kiezen tussen David Bowie en The Velvet Underground.. Ik denk dat ik dingen leuk vind die weird zijn. Naar PJ Harvey heb ik ook geluisterd, in de bijpassende tijd en dat beviel ook.” Ze denkt dat er ook nu genoeg is waar ze van zou kunnen houden, maar het ontbreekt haar aan gelegenheden dit te ontdekken.

 

6. Stad
“Als ik naar München ga, dan voelt dat als mijn stad. Het voelt natuurlijk, en dat ga ik niet meer kwijtraken. In Berlijn ben ik ook lang gebleven, maar dat voelt toch een beetje als ‘bijzonder’ wanneer ik er ben.” Ook houdt Julia van Amsterdam, en zou ze er graag de rest van haar leven blijven. Zeker op de momenten dat ze in de zon langs de Amstel fietst.

 

7. Keuken
Als ze moest, zou ze kiezen voor de Italiaanse keuken, omdat Italianen echt weten waar ze mee te maken hebben. Zij kennen hun ingrediënten. Ze houdt bijvoorbeeld van echt goede Carbonara.

 

8. Film
(Julia lacht) “Hmm, welke neem ik…” Haar favoriete regisseur is Max Ophüls. Hij leefde tot ongeveer de jaren ’60 en maakte films over mensen die leefden rond 1900, met het oog op menselijke relaties. Julia’s favoriete film van hem is Le plaisir. Ook Tropical Malady van Apichatpong Weerasethakul vindt ze fantastisch. Julia houdt niet van blockbusters, omdat ze al kan voorspellen wat er gaat gebeuren: “Je kunt als het ware doorzappen en later weer terugkomen bij de film, en dan weet je wat er gebeurd is.” Een andere favoriet van Julia is de film Tabu van regisseur Miguel Gomes, en onlangs heeft ze The Woman Who Left van regisseur Lav Diaz gezien. “Dat is een aanrader!”.

 

9. Museum
Julia’s favoriete museum is Teylers in Haarlem, “omdat de bibliotheek daar een parel is.”

Julia houdt niet van blockbusters, omdat ze al kan voorspellen wat er gaat gebeuren.

10. Concert
Julia is heel specifiek in haar favoriete concerten: “Bruckner in het Concertgebouw. De architectuur van het gebouw brengt zijn werken fantastisch naar voren. Een alternatief is de Musikverein in Wenen: daar op het balkon in de laatste rij luisteren naar Schubert. Een fysiek genoegen!”

 

11. Sport
Ze fietst graag door Amsterdam naar haar werk.

 

12. Schilder
Dirk Bouts. Hij schilderde in de stijl van de Vlaamse renaissance. En ook Wilhelm von Kobell. Zijn Isar Landscape near Munich vindt ze mooi.

 

 

13. Vakantiebestemming
Julia is erg lang niet met vakantie gegaan en reist in principe alleen om vrienden op te zoeken of voor werk, maar haar favoriet kan ze toch benoemen: Normandië.

 

14. Dichter
Velimir Chlebnikov is haar favoriete dichter. Hij schreef veel kleine fragmentjes. Ze zegt hierover: “De klank van deze gedichten is bijzonder, en ze spreken een verhouding met de wereld uit die me direct lijkt – hoewel de zin vaak raadselachtig blijft en open voor verschillende interpretaties.”

 

15. Plek in Amsterdam
Julia heeft veel favoriete plekjes in Amsterdam. Zo vindt ze een bruin café zoals Café Welling leuk, maar is ze ook graag in ons Athenaeum. In de zomer zit ze graag op terrassen aan het water, zoals bij De Ysbreeker en het terras van het EYE Filmmuseum.

 

16. Instrument
Julia luistert graag naar piano (“en dan liefst Chopin, gespeeld door Maurizio Pollini”) en heeft zelf ook piano gespeeld. Daarnaast denkt ze graag na over het spelen van piano. Ze heeft hier zelf een stukje over geschreven, dat je hier kunt vinden. Daarnaast luistert ze graag naar oedmuziek.

Julia zit in de zomer graag op terrassen aan het water in Amsterdam.

17. Bezigheid op een vrije avond
Julia: “Ik doe eigenlijk graag mijn werk. Maar wanneer ik niet mijn werk doe, hou ik van koken met vrienden en een bioscoopje pakken, of concertbezoek.”

 

18. Muziektheoreticus
Julia’s favoriete muziektheoreticus is Simon Stevin. Hij leefde rond 1600 en had het idee dat de Nederlandse taal geschikter is om intervalverhoudingen mee uit te drukken dan het Grieks. In het Nederlands kun je lange woorden maken en deze opdelen, dus verhoudingen uitdrukken. Julia heeft college gegeven hierover: “een tijdje geleden heb ik een cursus gegeven over muziek en wetenschap in de 17e eeuw, waarbij we in college zijn tekst behandeld hebben. Dat was erg leuk. Misschien kan ik dat ooit weer doen.”

 

19. Drankje, al dan niet alcoholisch
Julia houdt van rode wijn, maar bij een verschil in prijs, zit ook vaak een verschil in kwaliteit. Ze drinkt liever een glaasje rosé op de eerder genoemde terrassen. Julia drinkt niet veel bier, hoewel dat, zoals ze zelf zegt, “bij München hoort”, omdat ze er hoofdpijn van krijgt. Julia kiest toch voor een non-alcoholisch drankje: “Ik denk mijn koffie ’s ochtends, dat is de beste die er is. Versgemalen, met melk.”

 

Voetnoot van Julia: “mijn grootste favoriet is eigenlijk ‘de verrassing’. Ik besteed mijn tijd liever aan nieuwe ontdekkingen doen en aan verrassingen, dan aan dingen opnieuw doen.”

 

 

 

 

De programmering van Stukafest Amsterdam

April 2017: Martijn loopt met een brakke kop naar instrumentatie toe, en is “vergeten” z’n opdrachten te maken. ‘Dat kan ik nog wel een halfuur vóór het college van Vincent,’ dacht ik. Nee, dat kan niet, kan ik je uit ervaring vertellen. Teleurgesteld in mijn eigen discipline zat ik te wachten op het college in de hal van het UT. Die opdrachten had ik al lang uit m’n hoofd gezet en ik dacht dat de koffiemachine misschien mijn dag zou verbeteren. Nee, want ik was m’n pinpas kwijtgeraakt en dat rotding a
ccepteert geen contant geld. Lekker dan. Ik keek op de klok, en zag dat ik nog vijf minuten had. Ik wilde naar boven lopen (“Stairway To Hell”), maar zag ineens een poster hangen op een van de prikborden… een poster van Stukafest Amsterdam met de titel “Nieuw bestuur gezocht!”. Ik checkte de site en zag dat er een functie was als programmeur van het festival. Ook zag ik de optie van productiemanager… Dat klonk allemaal wel aantrekkelijk. Tegelijkertijd zag ik dat de deadline deze bewuste dag was. De opdrachten voor Vincent kreeg ik niet af, maar een sollicitatie typen in vijf minuten was geen probleem. Zonder spelfouten! (dat is moeilijk voor mij).

Een week later kreeg ik inderdaad het belletje dat mij heel blij maakte: ik kreeg de kans om Stukafest Amsterdam te programmeren.

Mijn sollicitatie was in eerste instantie gericht op de functie voor programmeur. Het duurde vrij lang voordat ik reactie kreeg, maar ik werd uitgenodigd voor een koffietje in het café vastukafestn Het Concertgebouw. Daar aangekomen ontmoette ik het toenmalige bestuur dat de sollicitaties afnam. Vier van de zeven bestuursleden waren aanwezig en begonnen mij stevig te ondervragen. Ik had me amper voorbereid op zo’n kruisverhoor. Het was typisch zo’n sollicitatie die lijkt op de meeste tentamens die ik heb gemaakt: achteraf heb je echt geen flauw benul of het goed of slecht ging. Het ging, maar meer kon ik er niet over zeggen. Een paar dagen later kreeg ik bericht dat ik mocht terugkomen, na de studiereis, voor een tweede sollicitatie. Hier zat de rest van het bestuur er ook bij en dit keer ook de programmeur, die mij het vuur aan de schenen legden. Een week hierna zou ik de uitslag horen. Een week later kreeg ik inderdaad het belletje dat mij heel blij maakte: ik kreeg de kans om Stukafest Amsterdam te programmeren.

Sinds een gastcollegvan Jochem Valkenburg (programmeur Holland Festival) tijdens “Inleiding in de Musicologie” heb ik altijd al een festival willen programmeren. Het was niet alleen een festival zelf dat me aantrok. Het was voornamelijk het idee dat je in je eentje een enorme invloed kan hebben op hoe een festival eruit komt te zien. Uiteraard bespreek ik alle artiesten die op het festival komen met mijn collega’s, en bij twijfel bespreek ik het met andere programmeurs of collega’s rondom Stukafest, maar in principe heb je als programmeur van dit festival een soort veto op de line-up. Je bent simpelweg de programmamaker, en dat is iets wat ik heel graag wilde zijn.

Even over het festival zelf: ik kende dit festival doordat het meerdere keren had plaatsgevonden in mijn woonkamer. ‘In je woonkamer?’ hoor ik je nu denken. Ja, in mijn woonkamer. Het festival is namelijk een huiskamerfestival, gericht op studentenhuiskamers. Het vindt plaats in februari in vijftien steden door heel Nederland en al die steden hebben hun eigen Stukafestavond met een hele eigen line-up. Elke kamer die meedoet krijgt een artiest toegewezen. In Amsterdam doen er dit jaar twintig huiskamers mee op woensdag 21 februari 2018.

Het idee van het festival is dat de bezoekers in drie rondes drie verschillende acts zien. De kameracts worden daarvoor drie ker een halfuur uitgevoerd, met telkens een halfuur pauze om van de ene naar de andere huiskamer te kunnen reizen. In deze huiskamers vind je allerlei soorten acts: van dans tot jazz en van singer-songwriter tot korte films die worden vertoond. Alles wat kunstzinnig en in een huiskamer uitvoerbaar is, komt voorbij op het festival. De avond wordt afgesloten met een knallend eindfeest in de Sugarfactory… En dat mocht ik programmeren. HOE VET IS DAT!

tumblr_oooe4l6MgP1sbfyano3_250Maar wat houdt het programmeren van een festival als Stukafest dan precies in? Kort gezegd zorg ik ervoor dat de twintig huiskamers gevuld worden met twintig acts die stuk voor stuk passen binnen het concept van Stukafest. Dit heeft vaak consequenties voor de uitvoering: veel muziek wordt akoestisch uitgevoerd, veel theateracts zijn of al klein van zichzelf, of worden soms “op maat gemaakt” voor het festival. Dit is dan puur de praktische kant van het programmeren. Maar het is ook belangrijk om na te denken over je doelgroep voordat je überhaupt nadenkt over acts op het festival. Wie wil je als doelgroep op je festival hebben? Dat is typisch een vraag die je als organisatie met z’n zessen bespreekt en beantwoordt. Afgelopen jaren was het publiek van Stukafest Amsterdam samengesteld uit studenten van de UvA en dan voornamelijk van de Faculteit Geesteswetenschappen. Dat is leuk, maar niet wat wij wilden dit jaar. Het is dit jaar ons doel om Stukafest bekender en professioneler te maken, waardoor het hopelijk voor een groter en breder publiek toegankelijk wordt. In de line-up komt dit neer op het programmeren met een grote diversiteit in de acts. Ik programmeerde afgelopen zomer acht muziekacts, maar dat betekent niet acht Singer-Songwriter acts omdat dat in een huiskamer past. Wel: Singer-Songwriter, jazz, klassiek, hip-hop, rock, folk – van alles. Hetzelfde geldt voor de zes theateracts en de zes overige acts. Ook hierin moet een grote diversiteit zitten in onderwerpen en kunstvormen die worden gepresenteerd.

Voor het vinden van de juiste artiesten ben ik afgelopen zomer idioot veel festivals afgegaan. Mijn voorganger noemde dit “cultureel shoppen”.

Voor het vinden van de juiste artiesten ben ik afgelopen zomer idioot veel festivals afgegaan. Mijn voorganger noemde dit “cultureel shoppen”… Op het hoogtepunt waren dit vier festivals per week, waar je dan meerdere acts ziet. Denk hierbij niet aan de grote festivals als bijvoorbeeld Lowlands en Down The Rabbit Hole, maar meer aan de kleinere muziekfestivals als Wicked Jazz Sounds Festival en Young Art, maar ook de kleinere theaterfestivals als het Fringe Festival (hét toonaangevende talent festival voor theatermakers van Nederland, echt een aanrader) en Over ’t IJ Festival. Hoe betaal je dit? Niet. Dat is misschien wel het leukste aan het programmeren: programmeurs schuiven elkaar allemaal vrijkaartjes/gastenlijst plekken toe (in mijn ervaring). Zo help je elkaar een beetje. Er zijn festivals die géén vrijkaartjes verstrekken aan programmeurs, maar die kaartjes kon ik dan weer declareren. Leuke job hè?
Wat ik het lastigste vond aan het programmeren van dit festival, was dat je erg gebonden bent aan het concept. Een woonkamer in een studentenhuis (of appartement) is vaak niet groter dan 30/40m2, meestal zelfs een stuk kleiner. Als je hier een publiek van twintig man neerzet ben je al de helft van je ruimte kwijt. Bij de theaterfestivals heb ik veel voorstellingen gezien waarvan ik vanaf minuut één al wist: dit gaat niet werken in een kamer. Bij verschillende muzikanten heb ik een ander obstakel gehad: de band was te groot in bezetting of te luid voor een huiskamer. Naast het concept dat lastig kan zijn om mee te werken, is omslaghet budget altijd een struikelblok. Omdat Stukafest Amsterdam een maximaal bezoekersaantal heeft van ±800 personen (dat is minder dan het klinkt) en een lage ticketprijs (die we laag houden voor de toegankelijkheid van het festival), heeft dit als consequentie dat er minder geld binnenkomt en er dus minder budget is. Het zorgt ervoor dat sommige acts te duur zijn voor ons, meestal omdat ze te groot bezet zijn..

Je zou het niet direct denken, maar deze beperking in budget heeft een groot voordeel voor ons dat het festival, naar mijn mening, nóg interessanter maakt… Als je budget laag is, ga je automatisch opzoek naar talent dat minstens even goed is als die ene act die meer vraagt. Zo kom je dus hopelijk uit bij talent dat voor niet al te veel geld komt spelen en later doorbreekt. Dit zorgt ervoor dat je festival een soort ontwikkelingsplek wordt voor (jong) talent, en laat dat nu precies zijn wat Stukafest graag wil zijn!

Je bent veel bezig met het vormen van een mening over acts die je ziet en er wordt je veel geleerd over het organiseren van culturele evenementen.

Door goed de juiste media in de gaten te houden, door naar veel evenementen te gaan en door simpelweg goed te kijken naar de act, kom je er vanzelf achter wat de acts zijn die hoogstwaarschijnlijk groter gaan worden in de komende jaren. Zo speelde vorig jaar Tamino op Stukafest Amsterdam, die afgelopen zomer flink veel grote festivals heeft plat gespeeld (Rock Werchter, Pinkpop). Maar ook Kiki Schippers, Paulien Cornelisse, Go Back To The Zoo, Typhoon, Spinvis, Lucas Hamming en vele andere namen hebben voor hun doorbraak op ons festival gespeeld.

Dus, mocht je de artiesten van de toekomst willen zien (toch even ongegeneerd reclame maken) kom dan naar Stukafest Amsterdam! Het vindt plaats op 21 februari 2018. Tickets zijn te verkrijgen op: www.stukafest.nl/amsterdam. Wees er snel bij want er zullen een aantal kamers snel uitverkopen!

Ik kan iedereen aanraden eens te kijken naar het programmeren van festivals! Tot nu toe was het voor mij een hele leerzame ervaring waar ik graag verder mee wil. Het is niet alleen heel tof om te mogen doen, maar het is ook een mooie combinatie met muziekwetenschap. Je bent veel bezig met het vormen van een mening over acts die je ziet en er wordt je veel geleerd over het organiseren van culturele evenementen. Op deze manier krijgt je studie, naar mijn mening, een duidelijkere praktische kant, waar ikzelf erg behoefte aan had!

PS: mocht je nóg meer info willen over het een of ander, schroom  dan niet om me te contacteren.

 

Martijn Munk

EJW – Puur Geniet0n

Ragtime is dit jaar tijdens het eerstejaarsweekend (afgekort EJW) neergestreken op het mooiste Waddeneiland van allemaal: het altijd zonnige, altijd winderige en altijd muzikale Texel. Dat het ook het grootste Waddeneiland is, dat hebben we gemerkt tijdens de vele lange doch gezellige fietstochten die we hebben mogen maken. Met namen zoals slaapplaats ‘De Rovershut’, het dorp ‘Spang’ en uitkijktoren ‘De Fonteinsnol’ waanden onze beginnend musicologen zich in een nieuwe wereld.

  Saus schep je namelijk helemaal niet op met een opscheplepel, dat doe je gewoon met een gesmolten plastic beker.

Laat ik beginnen bij onze spannende Rovershut; dit was onze accommodatie voor het weekend. Ook al ontbrak het aan opscheplepels, internetverbinding en bekers… Ragtimers zouden Ragtimers niet zijn als ze daar niet altijd een slimme oplossing voor hebben. Saus schep je namelijk helemaal niet op met een opscheplepel, dat doe je gewoon met een gesmolten plastic beker. Internetverbinding heb je ook helemaal niet nodig, wij gebruiken allemaal de hotspot-verbinding van Jaimie. En diezelfde gesmolten plastic bekers gebruiken we gewoon om uit te drinken. Je geeft zo’n beker je eigen naam en dan durft niemand er meer aan te komen.

2017-10-14 08.40.13De Rovershut was dus een hartstikke gezellige accommodatie en iedereen was er hartstikke gelukkig… Afgezien van wat teleurgestelde Duitse toeristen die eigenlijk hadden gehoopt op het spotten van een Texelse watersnip, maar daar onverhoopt een zeer bijzonder exotische diersoort voor terugkregen: een Joris.

Ik zal u even informeren over deze zeer eigenaardige Homo sapiens musica. Jorissen zijn erg zeldzaam; u verliest ze snel uit het oog en dan zijn ze ook echt pleite. U kunt ze voeren met patatjes, maar wees voorzichtig, Jorissen kunnen bijten! En mocht u uw fietssleutels kwijt zijn? Check dan even of er niet een spoor van een Joris in de buurt is. Ze houden ervan om glimmende objecten in hun jaszak te stoppen. Voor de vrouwtjes.


Na deze informatieve les gaan we weer even terug naar het programma. De eerste avond werd gevuld met een heuse muziekquiz, begeleid door de leukste quizmaster van Nederland én onze steun in de barre Texelse tijden: Katja. De vraag luidde: “Wat is de naam van het nummer en die van de artiest?” Daar waar de meeste van deze beginnend musicologen alles wisten over AC/DC, Vivaldi en een vleugje Stevie Wonder… werd onze Julia pas écht gelukkig bij de eerste noten van Willy Alberti met ‘De glimlach van een kind’. Tja, smaken verschillen zeggen we dan maar hè.

De eerste ochtend in de Rovershut verliep soepel, afgezien van een aantal gesneuvelde hersencellen en waardigheidspunten. We gingen met frisse moed (en een iets minder frisse adem) naar het Juttersmuseum en hebben daar allemaal een drang ontwikkeld voor het juttersvak. Na de verhalen over de Mammoetskies, beelden gemaakt van teenslipperstof en gratis Chinese zalf, moest en zou iedereen zelf ook gaan jutten. En dan met name onze Jet de Jutter. Dames en heren… als er iemand intens gelukkig wordt van het verzamelen van het gehele Texelse zandoppervlak, dan is het onze Jet wel.


Na het Juttersmuseum werden wij verwacht bij de Texelse Bierbrouwerij. We kregen vier heerlijk Texelse biertjes in degelijk formaat, om te proeven. Dat vonden onze Ragtimers zó lekker, dat ze vervolgens de grote-mensen-maat ook graag wilden uitproberen. En nog eens. En nog eens. Net zo lang totdat onze Puc haar prins op het witte paard op het brouwerijterras zag zitten. Ze was ervan overtuigd dat deze Texelse Adonis haar met zijn woeste knipoog de liefdesverklaring had gegeven. Helaas pakte dit sprookje iets anders uit dan verwacht… Lieve kinderen, alcohol maakt meer kapot dan je lief is. Zo ook verstandskiezen, lieve kinderen… Zo ook verstandskiezen…

 De dynamiek, de Landini-cadens, de Picardische terts, Thomas en zijn mandoline… het zat er allemaal in verweven.

Een aantal Skuumkoppes verder, trokken onze muzikale juttertjes zich weer terug in hun Rovershut. De laatste avond was alweer aangebroken. Er stond een bonte avond op het program2017-10-14 20.41.38ma. Deze compositiewedstrijd werd gewonnen met een lied over een kat. En dat terwijl de ‘EJW Theme Song’ van de Wulpse Wadlopers velen malen beter gecomponeerd was natuurlijk, dat begrijpt u wel. De dynamiek, de Landini-cadens, de Picardische terts, Thomas en zijn mandoline… het zat er allemaal in verweven. Echter vond de jury de ‘orginaliteit’ van de kat, het rauwe stemgeluid van Olaf en de knappe kop van Sander iets belangrijker. Jammer.


Na deze lichtelijke blamage vertrok de groep naar hét evenement van Texel: het Bluesfestival. En dat was toch wel echt een heel erg groot feestje. Want man man man, wat klonk dat lekker! De heerlijke bluesschema’s waren een genot voor onze oren. En met een biertje in de ene hand en haar fietssleutel in de andere stond Mariëlle te genieten van dit fijne feestje. En dat had zij toch echt wel even verdiend. Punt.

Helaas was diezelfde fietssleutel een dag later nergens meer te bekennen en dit keer was het niet de zeldzame Joris tijdens zijn paringsritueel. Nee, dit was het EJW dat zijn einde naderde en niemand die wilde vertrekken. Dus deden we alsof de fietssleutel was verdwenen.

Het EJW was een goed feestje met nachtelijke boswandelingen, de panty van Femke die daar vooral erg gelukkig mee was, Jesse met zijn gitaar en zijn herhaaldelijke inzet van ‘The House Of The Rising Sun’ om daar vervolgens niks meer van te weten… Heerlijke jamsessies, Lauryn met haar fijne wekker, sterren kijken (EN DE KLEINE BEER JA TOCH) en Carine, Mit en Ruud die hun hart vasthouden voor deze nieuwe generatie musicologen.

2017-10-15 15.13.01

Bestuur, hartstikke bedankt voor dit heerlijke EJW!

Hieronder nog even de songtekst van de EJW Theme Song en dat het maar eeuwige roem mag krijgen (copyright voor Mariëlle, Thomas, Jaimie, Aresh en Julia). Groetjes.

Refrein:

Hé,

Ga je mee naar EJW?

Nee? Oké…

Dan niet…

Hé?

Ga je mee? Mee naar EJW

Het Eerstejaarsweekend!


Couplet 1:

Kwart over acht, Lauryns wekker gaat.

We stonden op, want het was al heel laat..

Ja we hadden veel haast.

Het ontbijt stond klaar, ineens was iedereen daar.

De kater sloeg in en Jesse pakte de gin.

En hij had heel veel zin…

 

Refrein (1 x)

 

Couplet 2:

De fietstocht begon, veel gezelligheid.

Er was een probleem, er was iets kwijt.

De sleutel zat in niet in m’n tas…

Hij zat in Joris z’n jas.

Juttersmuseum, het was heel vies.

Dildo’s, schoenen en een mammoetskies.

Teenslippers in de vorm van een kalf..

En er was Chinese zalf

 

Refrein (3x)

 

Julia Morren

 

Het Grootse EJW

2017-10-14 20.50.51 Om ieder jaar alle nieuwe studenten op de studie Muziekwetenschap goed kennis te laten maken met elkaar, organiseert Ragtime het eerstejaarsweekend. Om de studenten dit jaar even goed te verwennen, heeft de vereniging het prachtige eiland Texel uitgekozen.

Eenmaal vrijdagavond aangekomen bij de Rovershut kon het feest beginnen. Vol enthousiasme gingen de studenten uit het eerste jaar de schuur binnen om het aan een grondige inspectie te onderwerpen. Na het eten en het ombouwen van de zolder tot matrasvloer, begon Ragtime direct al met onze verse muziekkennis te testen. In groepen zijn de studenten onderworpen aan aantal muziekfragmenten uit verschillende stijlen. Na de gezellige muziekquiz wachtte de studenten nog de opdracht om voor de volgende avond een nummer te schrijven met een groepje. De uitslag van de muziekquiz en punten voor de geschreven liedjes zouden één groep de winnaars van het EJW maken. De eerste avond is direct ontaard in een geweldig feest tot in de late uurtjes.

 De zelfgeschreven liedjes hadden diverse onderwerpen en hebben vooral voor enorm vermaak gezorgd.

Brak maar blij was het zaterdag om 9 uur weer tijd om fris aan het ontbijt te zitten. De nog maar half levende studenten hebben de enorme taak geweldig weten uit te voeren en waren klaar om op de fiets te stappen naar het Juttersmuseum en de haven, om de inspannende dag voor deze brakke zieltjes voort te zetten met een proeverij bij de Texelse bierbrouwer. Eenmaal terug bij de Rovershut werd het eten klaargemaakt en werd er gewerkt aan de finishing touch van de eigen nummers van de groepen.

Het ging er erg om spannen die avond met de uitslagen van de quiz en de geschreven one-hit wonders. De zelfgeschreven liedjes hadden diverse onderwerpen en hebben vooral voor enorm vermaak gezorgd. De fantastische prijs was natuurlijk niets minder dan een echte fles Texels Juttertje! De Wulpse Wadlopers heeft de prijs binnen weten te slepen met een prachtig liedje over het EJW.

 Het bier moest tenslotte op.

Toen de meesten al een goed stuk in hun kraag hadden gedronken, was het eindelijk tijd om Texelblues Festival bij te2017-10-13 20.47.22
wonen! Op het Texelsblues Festival is er in elke kroeg wel een bandje te vinden en zo verspreidden de studenten zich over de kroegen. Na uitbundig te hebben genoten was het tijd om weer naar de slaapschuur te gaan en van de nachtrust te genieten. Maar de studenten waren nog steeds niet uitgeteld en er was weer genoeg energie om ook de tweede nacht een groot festijn te maken. Het bier moest tenslotte op. Ook deze nacht ging van de kleine uurtjes gewoon verder in de grotere uurtjes en was een geweldig succes.

Zondagmorgen, helaas alweer de laatste dag. Met goede herinneringen en een hoofd van lood hebben alle studenten zich ingezet om de Rovershut weer spik en span achter te laten. En na een middag lekker uitbrakken op het strand, was het weer tijd om naar huis te gaan. Al met al was het EJW een dynamisch en onvergetelijk weekend vol muziek, plezier, gelach en mooie tijden.

 

Jesse van Langeveld

Een leven vol muziek

De keuze om naast mijn bachelor dwarsfluit aan het Conservatorium van Amsterdam ook nog Muziekwetenschap te gaan studeren was niet een waar ik heel zeker van was.

‘Wauw dat zou ik nooit kunnen’, ‘Jezus hoe doe je dat?’ of ‘dan ben je vast superslim’ zijn de meeste reacties die ik krijg als ik vertel dat ik twee studies doe. De keuze om naast mijn bachelor dwarsfluit aan het Conservatorium van Amsterdam ook nog Muziekwetenschap te gaan studeren was niet een waar ik heel zeker van was. Ik wist al heel lang dat ik graag aan het conservatorium wilde studeren. Toen ik werd aangenomen in de jong talentklas van Amsterdam zag ik ook geen weg meer terug. Ik had mijn middelbare school overtuigd dat het voor mij geen zin had om naar de verplichte open dagen van universiteiten en dat soort dingen te gaan. Ik wist immers toch al dat ik naar het conservatorium wilde.

In de 6e klas begon ik te twijfelen. De toekomst voor musici ziet er niet erg rooskleurig uit. Er zijn grofweg drie opties als muzikant: lesgeven, ZZP’er worden of een orkestbaan nemen. Lesgeven is niet helemaal voor mij weggelegd, want ik vind het veel te frustrerend dat al die kinderen niet oefenen. Als ZZP’er moet je heel hard aan de bak om jezelf op de kaart te zetten. Het gaat dan niet alleen om hoe goed je bent, maar ook hoe mooi je website is en hoe goed je verkooppraatjes zijn. Een orkestbaan lijkt me geweldig, alleen komen die maar zelden vrij en dan is het nog afwachten of je het wint van alle tientallen supergoede deelnemers. Ik realiseerde me dit maar al te goed en heb zelfs nog een tijd overwogen om heel iets anders te gaan studeren, maar ik vond niks leuker dan het conservatorium. Een paar weken voor de aanmeldingsdeadline kwam ik erachter dat er een ‘schakelprogramma’ bestaat. Tijdens de bachelor aan het conservatorium volg je dan een paar vakken van Muziekwetenschap aan de UvA, zodat na het behalen van het bachelordiploma ingestroomd kan worden in de master Muziekwetenschap. Dat leek me nou ideaal! Een paar gesprekken later bleek echter dat het schakelprogramma niet meer bestond, maar dat ik me wel gewoon kon inschrijven voor de bachelor in deeltijd. Dit was alleen al na alle open dagen en meeloopdagen. Uiteindelijk heb ik me, zonder me verder verdiept te hebben in wat Muziekwetenschap eigenlijk inhoudt, aangemeld voor Muziekwetenschap in deeltijd. Doordat ik al collegegeld aan het conservatorium betaalde, hoefde ik dat niet aan de UvA te betalen en kon ik op elk moment stoppen met de studie als het te druk werd.

Het bleek heel erg goed te bevallen. Juist de afwisseling van theorie aan de UvA en praktijk aan het CvA vond ik fijn. Daarnaast zijn jullie Muziekwetenschappers allemaal ietsje losser en meer ‘yay de studententijd is de beste tijd van m’n leven’-achtig. De gesprekken gingen gewoon over normale onderwerpen en niet zo van ‘ik heb al 4 uur gestudeerd vandaag, en jij?’ Qua werkdruk is het niet altijd even makkelijk. Ik kan de focus meestal maar op één studie leggen. Behalve tijdens tentamenweken staat het conservatorium bij mij op één. De week voor de tentamenweek draait dit om, word ik een kluizenaar en probeer ik al mijn tentamens te halen.

Natuurlijk kon ik ook het een en ander compenseren. Van vakken als muziekgeschiedenis werd ik op het conservatorium vrijgesteld. Dat scheelt 3 uur per week in het hele jaar en het is sowieso van lager niveau dan op de UvA. Doordat het conservatorium hbo is, kon ik echter niks op de UvA compenseren. Zelfs harmonieleer en solfège niet, wat op het conservatorium dan weer van hoger niveau is. Doordat ik deeltijd studeer heb ik twee jaar gedaan over mijn propedeuse. Dat ging allemaal volgens schema, ook omdat de vakken niet zo heel erg zwaar waren.

Het afgelopen jaar was een stuk zwaarder. Ik wilde het liefst alle verplichte vakken van het tweede jaar halen, zodat ik het jaar hierna alleen maar keuzevakken kon doen. Dan zou ik in totaal 4,5 jaar over de studie doen, wat ook de prognose is voor deeltijd. Ik deed echter nog een extra vak erbij van 12 punten, zodat ik een vak op het conservatorium kon compenseren. Dit kwam erop neer dat ik twee studies voltijd zou moeten studeren. Ik heb dit aan het begin van beide semesters geprobeerd, maar dat ging gewoon echt niet. Ik moest te veel tijd in de UvA steken om alle opdrachten en leerstof bij te houden, met als gevolg dat ik niet genoeg meer fluit kon studeren. Daarnaast was er al helemaal geen vrije tijd meer over, dus heb ik maar wat vakken laten vallen.

 Qua roosters is het altijd feest aan het begin van elk schooljaar.

Qua roosters is het altijd feest aan het begin van elk schooljaar. Het conservatorium begint altijd een week later dan de UvA en komt altijd een week voor de start van het jaar met het rooster. Het is dus altijd afwachten of er roosterclashes zijn (die zijn er altijd) en dan heb ik een week tijd om alles te regelen. Misschien kan ik op het conservatorium naar een andere groep, kan ik een vrijstelling krijgen van een vak of kan de 80% aanwezigheidsregel iets versoepeld worden. Gelukkig is er altijd een oplossing en worden de mensen van de administratie van beide instituten al gek van me. Vorig jaar had ik wel iets heel bijzonders: ik had 3 vakken tegelijkertijd op vrijdagmiddag. Het conservatorium is administratief nog veel slechter dan de UvA en had voor mij twee vakken tegelijkertijd gepland, geen van welke verschoven kon worden. Ik had techniekles en harmonieleer op het conservatorium, en nog harmonieleer (of solfège, weet ik niet meer) van Vincent (of Victor) aan de UvA. Hier heb ik misschien een heeeeel klein beetje misbruik van gemaakt… Ik heb alle leraren braaf ingelicht dat ik 3 vakken op hetzelfde moment had en dat ik er dus maar heel af en toe zou zijn. De leraren waren gelukkig heel begrijpend en hadden het dan ook niet door als ik op mijn drukke vrijdagmiddag heerlijk vroeg van mijn weekend genoot.

Komend jaar ga ik het even rustig aan doen met Muziekwetenschap. Ik ga mijn eindexamen jaar in op het conservatorium, wat betekent dat ik aan het eind van het jaar een recital moet geven van een uur (bij dezen zijn jullie allemaal uitgenodigd, ik weet alleen nog niet wanneer het is). Hoe lang ik uiteindelijk over de studie ga doen weet ik niet. Ik zie het vanzelf wel.

Mijn geheim? Ik heb alleen discipline als ik het heel druk heb. Als ik bijna geen contacturen heb, vertoon ik typisch studentikoos uitstelgedrag. Voor een fluitstudie is dat niet heel handig, aangezien er verwacht wordt dat je elke week beter presteert. De UvA helpt me dus op die manier om discipline te houden. Ik ben echt niet superslim, het is ook niet reuzeknap, het is gewoon hoe ik het meest efficiënt werk. Daarnaast vind ik het fijn dat ik ook intellectueel word uitgedaagd, want dat ontbreekt op het conservatorium. De UvA houdt me scherp. Vaak krijg ik dan de vraag: hoe ga je dat dan doen als je bent afgestudeerd? Eerlijk gezegd heb ik geen idee. Ik leef in het moment en ook dat zie ik vanzelf wel!

Pak je demisemiquaver rest in Boedapest

Na de fantastische studiereis naar Dublin het afgelopen jaar te hebben gemist, besloot ik dit jaar wél mee te gaan met de leukste studieverenging van het land en niet naar de minste locatie. Een der bruisende steden vol kunst en cultuur, Boedapest!
Mijn vliegangst op de heenreis werd verzacht dankzij het door de KLM verzorgde gratis bier (weliswaar Heineken, maar hé, je kunt niet alles hebben) en het met medestudenten uitwisselen van muziek; je bent immers muziekwetenschapper of je bent het niet.
Allen hebben wij tijdens deze week keurig voldaan aan onze educatieve verplichtingen: het bezoeken van een opera, Mozarts Der Zauberflöte (inclusief digitale, visuele effecten die het paradoxaal genoeg deden lijken op een stomme film mét libretto), het bijwonen van een niet zo professionele doch zeer vermakelijke, traditioneel Hongaarse volksperformance en het volgen van een opvallend subjectief college over Henry Purcell aan de prachtige Liszt Academie, waar we aansluitend ook nog een rondleiding kregen aangeboden.
Naast dit goedgevulde programma was er ruimte zat voor eigen ondernemingen. Dansen in de Instant of LÄRM, goedkoop cocktails drinken bij Galéria of stiekem een waterpijp roken in de ruin pub Szimpla Kert (‘gaan jullie daar nu wéér heen?’); dit en meer was allemaal mogelijk tijdens deze studiereis.
Ja, lieve medestudenten, het was me wat, die week in Boedapest. Er is zoveel gebeurd dat ik nauwelijks kan bevatten wat we allemaal hebben meegemaakt.
Zo zongen we onder het genot van een veganistische burger bij de Karavan foodtrucks het Wilhelmus met Zwitsers en Oostenrijkers die een bachelorparty aan het vieren waren en beweerden dat de groom in spe een professionele pianist was die alles kon spelen wat men maar noemde. Helaas voor ons bleek dit niet het geval, maar gezellig was het wel.

 Je bent jong en je wil iets spannends doen. Je houdt van muziek, je bent nota bene muziekwetenschapper, je bent op reis naar Boedapest met je medestudenten en je bent er voor je rust.

Na een boottocht over de Donau ontstond er op een terras in het dorpje Szentendre een heuse rap met woorden die enkel rijmen op ‘aaien’. De tekst kan echter worden ingedeeld onder het kopje ‘explicit content’ en wellicht zullen we deze herzien alvorens dit project verder uit te werken.
Het grootste genot beleefde ik vooral aan kilometers lopen tussen de statige gebouwen in zowel Boeda als Pest, met mijn nog aan te vullen reisafspeellijst op repeat. Niets stemde mij die week zo gelukkig als het continue verdwalen doch herkennen van straten (‘hier ben ik toch al voorbij gelopen?’), het nemen van analoge foto’s en het mijzelf miljonair wanen telkens als ik 1000 Hongaarse forinten uitgaf (omgerekend is dit ongeveer 3,20 euro).

Wat hadden we een avonturen beleefd. Het grootste avontuur moest echter nog komen. Deze studiereis bestond namelijk, in elk geval voor mij, uit allerlei eerste keren. Ik bezocht mijn eerste opera (schande voor een muziekwetenschapper!). Deze week liep ik voor de eerste keer een badhuis binnen; zoals je in Amsterdam natural high wordt van de walm van wiet die boven de stad hangt, zo word je dat binnen de poorten van het Griekse erfgoed door de aangename temperaturen van de binnen- en buiten baden(!), zelfs als de buitentemperatuur 8 graden Celsius is. Het was tevens de eerste keer dat ik een permanente herinnering overhield aan een reis. In alle eerlijkheid: dat had ik aan het begin van de week niet voorzien.

 

Je bent jong en je wil iets spannends doen. Je houdt van muziek, je bent nota bene muziekwetenschapper, je bent op reis naar Boedapest met je medestudenten en je bent er voor je rust. Je naam is Demi en je houdt van flauwe grapjes. Oh, en je wil al sinds jaar en dag een heuse, liefst muziekgerelateerde tattoo.
Het (niet al te verre) verleden doet ons leren dat wij tijdens de colleges Algemene Muziekleer de terminologie in meerdere talen voorgeschoteld kregen. Vooral de Britse benamingen van de noten en rusten brachten ons in verwarring, maar deden ons ook grinniken. Daarbij leverden ze mij een bijnaam op. Voor de musicologen onder ons met een niet al te fris geheugen: je hebt de 8e rust, een quaver rest, vervolgens de 16e rust, een semiquaver rest, en jawel, een 32e rust wordt op het eiland der stereotiepe linksrijdende theeleuten een demisemiquaver rest genoemd.
Het moment was daar, het geld was daar, de tattooshop zat om de hoek van het felgekleurde Casa de la Musica waar wij vertoefden en zo geschiedde. Om half zes lag ik onder de naald en zette een dame met felrood, opgeschoren haar en sleeves op kundige wijze de 32e rust op mijn enkel. Om vijf over half zes was de klus geklaard. Ze had nog nooit iemand zo blij gezien met een tattoo.
Deze bijzondere gebeurtenis werd ’s avonds door ons allen gevierd door het bezoeken van het avondprogramma van die dag: Rájátszás, een Hongaarse folkband die speelde in de A38 Hajó. Het volledige publiek stond mee te zingen en te dansen tot ze erbij neervielen en dankzij de ontmoeting met een Nederlands sprekende Hongaar (Vlaams accent incluis) konden wij óns Hongaars al joelend bijschaven.
’s Nachts, toen we eenmaal terug in het hostel waren, stond ik nog altijd stijf van de adrenaline die er die dag door mijn lichaam was geraasd en liet ik de jonge receptionisten mijn tattoo zien. Zij waren er al even enthousiast over als ik, wat alle vrolijkheid versterkte en het uiteindelijk moeilijk maakte om in slaap te vallen.

 

De demisemiquaver rust in vol ornaat op mijn enkel.

 

Toegegeven: wat er vereeuwigd ging worden op mijn huid moest een weloverwogen keuze zijn. Ik wist altijd al dat ik een muziekgerelateerd symbool wilde laten zetten. Ik had daarom kunnen gaan voor de toonsoort d-mineur (‘mijn favoriete toonsoort is Demineur’), maar dan moest ik ook nadenken over een nummer of stuk beginnend dan wel eindigend in die toonsoort en dat kostte teveel tijd, want ik kon niet zomaar de noten van de eerste de beste ingeving die in mij opkwam in mijn huid laten graveren… enzovoort. Zó spontaan was de onderneming dus niet. Uit de vorige paragraaf valt te begrijpen dat de demisemiquaver rest dus als een vrij logische keuze kwam. Geen poespas, een mooi klein figuurtje dat ook nog eens prima af te dekken is met geitenwollensokken, waardoor ik altijd nog met een gerust hart volledig in stijl kan rondlopen op onze modieuze universiteit.
Overigens zijn er nog twee andere individuen die permanent van inkt zijn voorzien tijdens deze reis, maar wat dat te betekenen heeft moeten jullie ze zelf maar vragen. Voor een van hen was het ook de eerste keer dat de huid op deze wijze onder handen werd genomen.

Het was een zeer enerverende onderneming, deze studiereis naar Boedapest met Ragtime. Dat mag duidelijk zijn. Ik kan jullie niet beloven dat er elk jaar een permanente herinnering bij komt kijken, maar naast de vereeuwiging op mijn huid en fotopapier, zal deze reis ook zeker in mijn geheugen gegrift staan. Ik heb tijdens deze week een hoop nieuwe ervaringen opgedaan, tot dan toe voor mij onbekende plekken bezocht, heel veel gelachen en absoluut niet gehuild (behalve toen bleek dat, omdat alles zó goedkoop was, ik iets te weinig op mijn portemonnee had gelet…). Kortom, het was alleen maar genieten geblazen. Dus, wie zie ik volgend jaar op Schiphol?!

 

Demi van den Wollenberg