recent

Pak je demisemiquaver rest in Boedapest

Na de fantastische studiereis naar Dublin het afgelopen jaar te hebben gemist, besloot ik dit jaar wél mee te gaan met de leukste studieverenging van het land en niet naar de minste locatie. Een der bruisende steden vol kunst en cultuur, Boedapest!
Mijn vliegangst op de heenreis werd verzacht dankzij het door de KLM verzorgde gratis bier (weliswaar Heineken, maar hé, je kunt niet alles hebben) en het met medestudenten uitwisselen van muziek; je bent immers muziekwetenschapper of je bent het niet.
Allen hebben wij tijdens deze week keurig voldaan aan onze educatieve verplichtingen: het bezoeken van een opera, Mozarts Der Zauberflöte (inclusief digitale, visuele effecten die het paradoxaal genoeg deden lijken op een stomme film mét libretto), het bijwonen van een niet zo professionele doch zeer vermakelijke, traditioneel Hongaarse volksperformance en het volgen van een opvallend subjectief college over Henry Purcell aan de prachtige Liszt Academie, waar we aansluitend ook nog een rondleiding kregen aangeboden.
Naast dit goedgevulde programma was er ruimte zat voor eigen ondernemingen. Dansen in de Instant of LÄRM, goedkoop cocktails drinken bij Galéria of stiekem een waterpijp roken in de ruin pub Szimpla Kert (‘gaan jullie daar nu wéér heen?’); dit en meer was allemaal mogelijk tijdens deze studiereis.
Ja, lieve medestudenten, het was me wat, die week in Boedapest. Er is zoveel gebeurd dat ik nauwelijks kan bevatten wat we allemaal hebben meegemaakt.
Zo zongen we onder het genot van een veganistische burger bij de Karavan foodtrucks het Wilhelmus met Zwitsers en Oostenrijkers die een bachelorparty aan het vieren waren en beweerden dat de groom in spe een professionele pianist was die alles kon spelen wat men maar noemde. Helaas voor ons bleek dit niet het geval, maar gezellig was het wel.

 Je bent jong en je wil iets spannends doen. Je houdt van muziek, je bent nota bene muziekwetenschapper, je bent op reis naar Boedapest met je medestudenten en je bent er voor je rust.

Na een boottocht over de Donau ontstond er op een terras in het dorpje Szentendre een heuse rap met woorden die enkel rijmen op ‘aaien’. De tekst kan echter worden ingedeeld onder het kopje ‘explicit content’ en wellicht zullen we deze herzien alvorens dit project verder uit te werken.
Het grootste genot beleefde ik vooral aan kilometers lopen tussen de statige gebouwen in zowel Boeda als Pest, met mijn nog aan te vullen reisafspeellijst op repeat. Niets stemde mij die week zo gelukkig als het continue verdwalen doch herkennen van straten (‘hier ben ik toch al voorbij gelopen?’), het nemen van analoge foto’s en het mijzelf miljonair wanen telkens als ik 1000 Hongaarse forinten uitgaf (omgerekend is dit ongeveer 3,20 euro).

Wat hadden we een avonturen beleefd. Het grootste avontuur moest echter nog komen. Deze studiereis bestond namelijk, in elk geval voor mij, uit allerlei eerste keren. Ik bezocht mijn eerste opera (schande voor een muziekwetenschapper!). Deze week liep ik voor de eerste keer een badhuis binnen; zoals je in Amsterdam natural high wordt van de walm van wiet die boven de stad hangt, zo word je dat binnen de poorten van het Griekse erfgoed door de aangename temperaturen van de binnen- en buiten baden(!), zelfs als de buitentemperatuur 8 graden Celsius is. Het was tevens de eerste keer dat ik een permanente herinnering overhield aan een reis. In alle eerlijkheid: dat had ik aan het begin van de week niet voorzien.

 

Je bent jong en je wil iets spannends doen. Je houdt van muziek, je bent nota bene muziekwetenschapper, je bent op reis naar Boedapest met je medestudenten en je bent er voor je rust. Je naam is Demi en je houdt van flauwe grapjes. Oh, en je wil al sinds jaar en dag een heuse, liefst muziekgerelateerde tattoo.
Het (niet al te verre) verleden doet ons leren dat wij tijdens de colleges Algemene Muziekleer de terminologie in meerdere talen voorgeschoteld kregen. Vooral de Britse benamingen van de noten en rusten brachten ons in verwarring, maar deden ons ook grinniken. Daarbij leverden ze mij een bijnaam op. Voor de musicologen onder ons met een niet al te fris geheugen: je hebt de 8e rust, een quaver rest, vervolgens de 16e rust, een semiquaver rest, en jawel, een 32e rust wordt op het eiland der stereotiepe linksrijdende theeleuten een demisemiquaver rest genoemd.
Het moment was daar, het geld was daar, de tattooshop zat om de hoek van het felgekleurde Casa de la Musica waar wij vertoefden en zo geschiedde. Om half zes lag ik onder de naald en zette een dame met felrood, opgeschoren haar en sleeves op kundige wijze de 32e rust op mijn enkel. Om vijf over half zes was de klus geklaard. Ze had nog nooit iemand zo blij gezien met een tattoo.
Deze bijzondere gebeurtenis werd ’s avonds door ons allen gevierd door het bezoeken van het avondprogramma van die dag: Rájátszás, een Hongaarse folkband die speelde in de A38 Hajó. Het volledige publiek stond mee te zingen en te dansen tot ze erbij neervielen en dankzij de ontmoeting met een Nederlands sprekende Hongaar (Vlaams accent incluis) konden wij óns Hongaars al joelend bijschaven.
’s Nachts, toen we eenmaal terug in het hostel waren, stond ik nog altijd stijf van de adrenaline die er die dag door mijn lichaam was geraasd en liet ik de jonge receptionisten mijn tattoo zien. Zij waren er al even enthousiast over als ik, wat alle vrolijkheid versterkte en het uiteindelijk moeilijk maakte om in slaap te vallen.

 

De demisemiquaver rust in vol ornaat op mijn enkel.

 

Toegegeven: wat er vereeuwigd ging worden op mijn huid moest een weloverwogen keuze zijn. Ik wist altijd al dat ik een muziekgerelateerd symbool wilde laten zetten. Ik had daarom kunnen gaan voor de toonsoort d-mineur (‘mijn favoriete toonsoort is Demineur’), maar dan moest ik ook nadenken over een nummer of stuk beginnend dan wel eindigend in die toonsoort en dat kostte teveel tijd, want ik kon niet zomaar de noten van de eerste de beste ingeving die in mij opkwam in mijn huid laten graveren… enzovoort. Zó spontaan was de onderneming dus niet. Uit de vorige paragraaf valt te begrijpen dat de demisemiquaver rest dus als een vrij logische keuze kwam. Geen poespas, een mooi klein figuurtje dat ook nog eens prima af te dekken is met geitenwollensokken, waardoor ik altijd nog met een gerust hart volledig in stijl kan rondlopen op onze modieuze universiteit.
Overigens zijn er nog twee andere individuen die permanent van inkt zijn voorzien tijdens deze reis, maar wat dat te betekenen heeft moeten jullie ze zelf maar vragen. Voor een van hen was het ook de eerste keer dat de huid op deze wijze onder handen werd genomen.

Het was een zeer enerverende onderneming, deze studiereis naar Boedapest met Ragtime. Dat mag duidelijk zijn. Ik kan jullie niet beloven dat er elk jaar een permanente herinnering bij komt kijken, maar naast de vereeuwiging op mijn huid en fotopapier, zal deze reis ook zeker in mijn geheugen gegrift staan. Ik heb tijdens deze week een hoop nieuwe ervaringen opgedaan, tot dan toe voor mij onbekende plekken bezocht, heel veel gelachen en absoluut niet gehuild (behalve toen bleek dat, omdat alles zó goedkoop was, ik iets te weinig op mijn portemonnee had gelet…). Kortom, het was alleen maar genieten geblazen. Dus, wie zie ik volgend jaar op Schiphol?!

 

Demi van den Wollenberg

Een vierluik over de Musicology master

Voor de KLNK hebben vier masterstudenten een vierluik geschreven over de muziekwetenschap master en hun ervaringen daaromheen: vier verschillende perspectieven op de master Musicology.

 

Sam Harper

As a graduate of music and sound technology from Portsmouth University (UK), studying a masters in musicology at the University of Amsterdam has given me an opportunity to experience new concepts in a diverse cultural setting. With my own initial focus and background being within ethnomusicology, the course has given me a chance to explore both the exciting and developing field of cognitive musicology and the more established area of historical musicology, developing both my musicological perspective and my writing style. The course also left me free to pursue my own interests within musicology through the broad variety of subjects it offers, with my studies ranging from the impact of technology upon the development of musicology to modelling of the evolution of human musicality through the study of animals.

As an individual interested in musical culture living and studying within the city of Amsterdam, a city with a booming music scene, has furthered my experience at UvA. The city offers a rich variety of live events suitable for anyone with any interest in music, not just musicologists. Popular music acts are constantly appearing in Amsterdam from around the world, the cities smaller venues offer frequent world music performances, the city holds a world class opera hall and regular large scale classical performances occur in many venues. Amsterdam is a unique place to live, it is vibrant, culturally diverse and yet retains the feeling of a homely small town within a big city. My own world perspective has been enhanced through the opportunity to absorb both the Dutch and the wide variety of international cultures that Amsterdam, as a highly cosmopolitan city, offers. During my stay here I have met a greater diversity of people and been exposed to a broad spectrum of opinions that I wouldn’t have had the opportunity to experience if I had remained in the UK. This enhanced viewpoint has proven particularly valuable for my own studies, and for myself in general.

 

 Op het eerste gezicht lijkt het driedelige studieprogramma allicht ietwat statisch, maar het mooie aan deze master vind ik dat je de termen ‘Cultural’, ‘Historical’, en ‘Cognitive/Computational’ zelf invulling geeft.

Sydney A.M. Schelvis

Ik heb in 2016 mijn bachelor muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam behaald, waardoor ik direct werd toegelaten voor de master in ditzelfde vakgebied.  Door de kennis en methoden die ik vergaard heb in mijn ‘undergraduate’, heb ik zelden moeite gehad met het niveau van de master. Er wordt meer zelfdiscipline van je vereist, maar hier krijg je wel voor terug dat je jouw eigen jaar vormgeeft. Op het eerste gezicht lijkt het driedelige studieprogramma allicht ietwat statisch, maar het mooie aan deze master vind ik dat je de termen ‘Cultural’, ‘Historical’, en ‘Cognitive/Computational’ zelf invulling geeft. Ondanks dat mijn voornaamste interesse – muziek-semiotiek – niet direct binnen één van deze kaders past, is het veelvuldig naar voren gekomen gedurende mijn studiejaar. Zo heb ik mij goed kunnen voorbereiden op mijn masterscriptie en, hopelijk, een toekomstige doctoraat binnen muziekwetenschap.

 

Kristine Mitchell

I am an international student from Canada and I am working towards completing the Masters in Musicology at UvA. I find the program here really enjoyable and I am excited to see where the future takes me with this degree. It has a very flexible design and quite a short timeline (only a year), so I would definitely recommend coming in with some sort of idea of what you are interested in and what you want to get out of your studies, so that you can ensure your courses are matched to your passions. I have a background in Biology and Psychology, and am particularly excited by developments in Music Cognition, and so I am looking to exploring these areas further through my research. The core group of professors are very helpful and willing to explain any concepts that you don’t quite understand. Also, the rest of the students come from a multitude of academic and cultural backgrounds, and are all very welcoming towards different perspectives.

 De master is erg vrij en er is veel ruimte voor keuzevakken, zelfs binnen andere opleidingen of faculteiten.

Lisanne Bogaard

Ik heb nooit de bachelor muziekwetenschap gedaan. Daardoor kan ik mij voorstellen dat de ervaring van de master vrij anders is (waar ik klaag over lange filosofische teksten, vinden studenten van geesteswetenschappen dit meestal erg meevallen), dus ik ben zeker geen standaard geval. Ik heb een bachelor psychologie gedaan aan de UvA, en heb mijn master gezondheidszorgpsychologie in oktober vorig jaar afgerond. Hoe dan ook, muziek en Lisanne is altijd al een topcombo geweest en ik wilde daarom, nu het nog kan voor “cheap”, toch nog een studie doen met muziek. Als iemand nog vragen heeft over hoe een 2e studie nou eigenlijk kan voor cheap, hit me up, ik weet alle mazen in de wet. Maar zeg het niet tegen de UvA. Die vinden dat toch minder leuk dan wij. Toegelaten worden bleek geen probleem. Daarom zou ik de mensen die zich misschien tegengehouden voelen zeker aan willen sporen om zich aan te melden: juist omdat het een kleinschalige master is, is er veel mogelijk en veel te bespreken. Alles is mogelijk, stuur gewoon even een mailtje en regel het. Wees wel op tijd, want de taaltest (IELTS of TOEFL) duurt lang om te verwerken. De master is erg vrij en er is veel ruimte voor keuzevakken, zelfs binnen andere opleidingen of faculteiten. Daarnaast zijn er ook zogenaamde tutorials. Dit zijn eigenlijk keuzevakken die je zelf ontwerpt samen met een docent. Huh? Ja echt! Spreek een docent aan met een bepaalde expertise of interesse, en bepaal samen de precieze inhoud van het vak (6 of 12 ects).

De romantiek van de ontmaskerde romantisering

Harde jarennegentigrockmuziek, vooruitstrevende elektrische en eclectische jazz, een avondje Beethoven, een avondje Händel: het was er allemaal en het was allemaal net als thuis. Je zit in een strakke concertzaal van lichte planken en scherpe hoeken die doet denken aan De Doelen of aan de Stopera: fraai maar saai. Of je zit in een smerig hok dat zich in Nederland, goddeloos als ons volk is, rustig een poptempel kan noemen. Of je zit in een ogenschijnlijk oud theater dat is opgebouwd uit die herkenbare, ingesleten bestanddelen bordeauxrood fluweel en gouden paneel, wetende dat het allemaal bij lange na niet zo oud is als het lijkt.

Land van melk en honing en vanaf nu voor mij ook het land van dunne lagen vernis, van een eindelijk, we mogen weer!

Het afgelopen semester studeer ik namelijk via een uitwisselingsprogramma aan de University of Washington te Seattle. Dat is een stad die pas in de jaren 1850 als kleine appendix van een grote houtzagerij ontstaat en die, geholpen door een der laatste grote goudkoortsen, namelijk de Klondike, begin vorige eeuw voorzichtig een beetje op die vandaag de dag meest noordelijke miljoenenstad van de Verenigde Staten begint te lijken – en dit ten slotte niet voordat een grote brand in 1889 eerst nog alles dat hout en oud is verzwelgt.

 

Enfin, je zit of staat in die zalen, je hoort wat, je klapt een beetje (er wordt wonderwel ook in dit land te pas en vooral te onpas staand geöveerd) en dat is dan dat grote, machtige, dikwerf geromantiseerde land, de Verenigde Staten. Land van melk en honing en vanaf nu voor mij ook het land van dunne lagen vernis, van een eindelijk, we mogen weer!, van de Notenkraker als noodgevallenballet en van hoe de verheffingsgedachte de hedendaagse Gutmensch in een hoge, ivoren toren heeft gehesen. Laten we die anekdotes eens uitdiepen en op zoek gaan naar dat fantastische land van mogelijkheden en kansen.

 

I. Vernis

 

Het is natuurlijk een bijzondere ervaring om op een doordeweekse late avond in New York City in de vermaarde, knusse jazzkelder de Village Vanguard het Kurt Rosenwinkel Trio te zien spelen. En toch: wie erin slaagt om de opzettelijk licht aangebrachte laag geromantiseerde opsmuk van de avond af te krabben, ziet plotseling dat hij zich gewoon in een muffe kelder bevindt. In een hoek hangt een knullig bordje van de brandweer: “Maximaal 120 personen toegestaan.” Het exclusieve heinekenbier is duur en verplicht, de cover charge is dat ook en de zaal is halfleeg als de kantine van een bejaardentehuis tijdens het middagdutje. En o, ja, je moet ook nog fooien – hoeveel procent was nu ook alweer de norm? Kan ik nog hoofdrekenen met die koppijnpils op een lege maag? Wat het bijzonder maakt, is het idee en de historische inbedding. Dat wat we op oude jazzfoto’s hebben gezien en waar we ons zoveel bij konden voorstellen. Wat het bijzonder maakt is het er zijn, niet het wat het nu is.

 

Laar, Bert van - KLNK-artikel
Paramount Theatre te Seattle (Foto: Bert van Laar)

II. Eindelijk!

Eenmaal in Seattle zie ik enige weken later Amos Lee. U weet wel, die inmiddels alweer wat in de populariteit weggezakte singer-songwriter met soulambities. Dat klinkt als fantastische muziek voor veertigers en dat blijkt het ook te zijn. Een zanger met soulambities wil nog weleens flirten met de hiphopmuziek en dat maakt dat hij tegen het einde van het optreden vraagt of iedereen even wil gaan staan. Dat de voorstelling in dit statige, zogenaamd oude Paramount Theatre geplaceerd is, kan toch immers niet betekenen dat er niet gedanst mag worden?! Onwennig ontstaat er om mij heen een aantal danshaarden en na het eerste nummer van de uitgebreide toegift is het hek van de dam. In de gangpaden komen jarenlang verstopte en verstofte dansbewegingen los en om nog net niet met Remco Campert te spreken: “Alles zoop en naaide / heel Europa was één groot matras / en de hemel het plafond / van een derderangshotel.”

 

III. Noodgevallenballet

 

Wat het de gestolde muziekpraktijk betreft ga ik met een stel medebuitenlanders naar een zeer koddige Notenkraker bij het Pacific Northwest Ballet. Het balletbezoek wordt georganiseerd door de universitaire club die het ons vreemdelingen hier een beetje naar de zin moet zien te maken. Een van de medebuitenlanders, naast me gezeten, zit tijdens de voorstelling gewoon op zijn mobiele telefoon. Display op standje lekker fel. Even chatten. “Nu bij het ballet. Zin an.”, stel ik me voor bij de onleesbare Aziatische karakters op het scherm. In de pauze spreek ik hem er met een open vraag voorzichtig op aan. Hij blijkt deksels wel door te hebben dat wat hij doet niet door de beugel kan, maar het is een noodgeval, laat hij mij weten. Dit interculturele contact inspireert me. Zelf beleef ik noodgevallen namelijk het liefst niet vanuit een theaterzaal – maar dat ben ik. Zou het niet eigenlijk juist prettiger kunnen zijn? Zou het de kunst beter contextualiseren? Zou het soelaas bieden? Is het participatief en daarmee modern te noemen of juist niet?

(meer…)

Popronde

 Je maakt veel meters en speelt op allerlei verschillende plekken voor allerhande publiek..

In het najaar van 2016 heb ik meegedaan aan Popronde. Popronde is een jaarlijks rondreizend muziekfestival dat ruim 40 Nederlandse steden aandoet en waaraan meer dan 130 acts op aangesloten zijn. Van tevoren is er een uitgebreide selectieprocedure, want er zijn elk jaar 1300 acts die zich aanmelden. In elke stad zijn cafés, bibliotheken, restaurants, poppodia, kerken of musea bij Popronde aangesloten die elk één of meerdere artiesten uitzoeken, vaak in samenspraak met de lokale coördinator. Als een venue een act vraagt, speelt die act in die stad. Ikzelf heb in 21 steden gespeeld en totaal 26 keer opgetreden, waarmee ik nummer elf was van de meest geboekte acts. En ik ben daar, als jong broekie die net om de hoek komt kijken in de Nederlandse popscene, behoorlijk trots op. Ik vond het al wonderlijk dat ik überhaupt werd geselecteerd. Ik stond geprogrammeerd tussen allerlei bandjes die bij DWDD of 3FM hebben gespeeld, en dat overdondert als je gewend bent om voor vier man in de lokale dorpskroeg te spelen waarbij de helft van het publiek uit je ouders bestaat. Popronde maakt je van een amateur tot semi-pro, of van semi-pro een pro. Je maakt veel meters en speelt op allerlei verschillende plekken voor allerhande publiek, je krijgt (lokale) media-aandacht en houdt er met een beetje geluk een platendeal of boeker aan over. Dat laatste is gelukt, met de media-aandacht viel het mee. Een bebaarde, niet bijzonder aantrekkelijke americana-artiest met een hoed is voor bijvoorbeeld VPRO’s 3voor12 dikwijls minder interessant dan wéér zo’n “vernieuwend” gitaarbandje. Dezelfde kritiek geldt voor De Wereld Draait Door. Overigens is spelen bij DWDD niet per se een voordeel: het kan jou in een minuutje als jonge act net zo goed maken als breken, met hun abominabele geluid. DWDD zou zelfs Prince nog als een schoolbandje hebben kunnen laten klinken.

(meer…)

Masterkeuze: Heleens ‘fijne oma-adviezen’

Hoe ziet mijn leven er volgend jaar uit? Dat was de allesoverheersende vraag vorig jaar. Een vraag die in de herfst regelmatig begon op te komen, en vanaf het voorjaar mijn hoofd bijna niet meer uitkwam. Ik studeerde het afgelopen jaar af bij muziekwetenschap en na vier leuke bachelor-jaren was ik heel erg toe aan een master. Maar welke? En waarom? Moet ik niet eerst een tussenjaar nemen? En wat nou als ik de verkeerde keuze maak? Ik werd steeds onzekerder en zat steeds minder goed in mijn vel naarmate het langer duurde voordat ik een beslissing had gemaakt. Door middel van dit stukje voor de KLNK hoop ik je een hart onder de riem te steken en enkele fijne oma-adviezen mee te geven, zodat je eigen masterkeuze je hopelijk minder zwaar valt.

 

Goedbeschouwd was de keuzemogelijkheid helemaal niet zo groot (al voelde dat wel zo): ik kon ervoor kiezen om een master te doen aan de UvA, of een master aan de Universiteit van Utrecht (UU). Ik wist namelijk vrij zeker dat ik geen masterprogramma in het buitenland wilde volgen, omdat ik veel te blij was met mijn Amsterdamse leventje. Ik wist ook zeker dat ik een master wilde doen aan een universiteit waar ook (historisch) musicologen werken, dus andere Nederlandse universiteiten waren geen optie. Aan de UvA waren er drie opties: de researchmaster Cultural Analysis, die afviel omdat ik een master zocht waarin ik mijn historische ei kwijt kon, de master Musicology en de researchmaster Art Studies. In Utrecht kon ik kiezen tussen een master Applied Musicology, die afviel vanwege de praktische inslag (ik ben meer een denker en onderzoeker), of een researchmaster Musicology. Als je hebt meegeteld waren er dus maar drie mogelijke masters voor mij in Nederland: de MA Musicology (UvA), ReMA Art Studies (UvA) en ReMA Musicology (UU). Een extra optie was om geen master te gaan doen, maar eerst een jaar iets anders.

(meer…)

OPEN PODIUM! En nog veel meer. Nieuwsbrief november 2016

Weergaveproblemen? Bekijk deze nieuwsbrief in de browser.

---

NIEUWSBRIEF NOVEMBER 2016

Lieve Ragtimers,

De kou heeft nu echt haar intrede gedaan. Winterjassen, handschoenen, mutsen, en natuurlijk wollen sokken en warme dekentjes worden weer tevoorschijn gehaald. Knus bij het haardvuur zitten, met een kopje thee, of gewoon er echt voor gaan en warme chocolademelk met slagroom nemen, want daar is het weer tijd voor. Daarnaast is het tijd voor een nieuwe nieuwsbrief vol vreugde en warmte, om jullie door deze koude dagen te helpen. Hou je vast, we waaien er zo doorheen.

---

Halloweenfeest 2016

Donderdag 3 november vond het enige echte Ragtime Halloweenfeest plaats! Ons eigen Atrium café was helemaal versierd met spinnenwebben en pompoenen, en onze Marina heeft haar echte hekskwaliteiten laten zien. We hebben op deuntjes van Thriller en This is Halloween gedanst, en daarna ook gewoon heel hard Take on me van A-Ha meegezongen. Omdat het kan. De kostuumprijs is gegaan naar Lars Mangel, die het voor elkaar kreeg om biertjes te drinken in zijn mummie-outfit. Het was een groot succes, dank aan iedereen die er was en die heeft meegeholpen!

---

Pubquiz 2016

Ragtime heeft ook dit jaar weer een pubquiz in elkaar gezet, die zowel willekeurige vragen als “waarom is tomaat een fruitsoort” als keiharde muziekvragen met bladmuziek en geluidsfragmenten bevatte. Velen kwamen voor de antwoorden op deze vragen bijeen in het Atrium, waar Marina achter de bar stond, die ook hier en daar een antwoord schreeuwde. Eerstejaars en masterstudenten vochten zij aan zij voor de grote pubquizprijs: de pitcher bier. Deze is uiteindelijk gewonnen door het viertal dat zich “De Gediplomeerden” noemde, bestaande uit Anke Bosma, Jason Hillebrand, Tyche Ankersmit en Niek de Brabander. Gefeliciteerd! Uiteraard werd er daarna even gedanst. Iedereen bedankt voor jullie leuke inzet en tot de volgende!

---

6 december: Open Podium

Het is weer zover: Ragtime organiseert het eerste open podium van dit collegejaar! Dat betekent dat je je weer kunt opgeven om jouw talent te laten zien. Dus: kun jij onwijs goed mondharpen of neusfluiten? Speel je didgeridoo, saxofoon of violofoon (ja dit is een ding, google het maar), en wil je dit met ons delen? Geef je dan op via svragtime@gmail.com. Vermeld hierbij wat je gaat doen en wat je hiervoor nodig hebt (bijvoorbeeld microfoon, versterker, moed).

Het zal weer plaatsvinden in het CC Muziekcafé aan de Rustenburgerstraat 384 en het begint om 20.30. Uiteraard is alle publiek welkom.

Hoe meer zielen, hoe meer muziek! En vreugd. Dus geef je op!

---

11 december: Podium Witteman

We zijn uitgenodigd om een uitzending van Podium Witteman bij te wonen! Gratisj! Tijdens de opname van 11 december mogen wij in het publiek zitten en lekker genieten van al het moois dat langskomt. Wil je hierbij zijn? Stuur even een mailtje naar svragtime@gmail.com en vermeld hierin dat je meewilt en wat je nu eigenlijk kunt met muziekwetenschap enzo.

---

Onze studieadviseur Marije Zeeman

Onze steun en toeverlaat voor al onze vragen: de studieadviseur. Toch weet niet iedereen wat Marije Zeeman precies doet en waarvoor je bij haar terecht kunt. Daarom heeft zij een stukje geschreven voor deze nieuwsbrief om te vertellen wat haar functie nu eigenlijk inhoudt.

“De eerste tentamenperiode is voorbij. Ik hoop dat jullie positieve resultaten hebben behaald!

Als studieadviseur begeleid ik studenten die vanwege allerhande oorzaken blokkades ervaren bij het studeren. Dat kunnen bijvoorbeeld motivatie- en concentratieproblemen of ziekte zijn. Maar denk ook aan dyslexie, een functiebeperking of familieomstandigheden. Ook help ik studenten die een bijzondere invulling aan hun studieprogramma willen geven. Dat kan zijn: het volgen van vakken aan een andere universiteit, een uitwisseling naar het buitenland of het volgen van een stage. Heb je het idee dat het heel goed gaat binnen je studie en je meer uitdaging nodig hebt? Ook dat is bespreekbaar!

Met je tutor bespreek je vooral opleidingsspecifieke zaken, je studievoortgang en de invulling van je keuzeruimte. Met opleiding overstijgende vragen ben je bij mij van harte welkom.

Inloopspreekuur (voor korte vragen): maandag 13-14u

Afspraak: online inplannen via www.student.uva.nl  > [opleiding] > Contact > Studieadviseur(s)

Locatie: BG2, Turfdraagtserpad 15-17, kamer 0.36

 

Hartelijke groeten,

Marije Zeeman

Studieadviseur Muziekwetenschap”

---

Het ASPK: Sophie vertelt

Het Amsterdams Studentenprojectkoor is een studentenkoor dat per seizoen een nieuw stuk repeteert en uitvoert, zoals een operette van Gilbert & Sullivan. Het is opgericht door, onder andere, onze eigen muziekwetenschapper Sophie van Weeren. Daarnaast zijn veel muziekwetenschappers lid van dit projectkoor. Sophie schrijft deze maand in de KLNK over het ASPK, waarin ze vertelt over hoe het is om onderdeel te zijn van dit koor en hoe het voelt om zo’n succesvolle operette uit te voeren. Het stuk staat inmiddels op de site, dus lezen maar! www.klnkmagazine.com

---

Activiteitenagenda

Wat gaan we allemaal doen komende weken? Nou, dit!

– 24 november: borrel

– 6 december: open podium

– 11 december: Podium Witteman

– 15 december: borrel

---

Dat was het weer voor deze maand.

Nu maar knus naar jullie warme nestjes. En denk erom: oogjes dicht en snaveltjes toe. Slaap lekker.

Opzeggen – Je abonnement bewerken

Studievereniging Ragtime – Muziekwetenschap UvA
Nieuwe Doelenstraat 16-18 (Kamer 307)
1012 CP Amsterdam

@: svragtime@gmail.com
http://klnkmagazine.com