Masterkeuze: Heleens ‘fijne oma-adviezen’

Hoe ziet mijn leven er volgend jaar uit? Dat was de allesoverheersende vraag vorig jaar. Een vraag die in de herfst regelmatig begon op te komen, en vanaf het voorjaar mijn hoofd bijna niet meer uitkwam. Ik studeerde het afgelopen jaar af bij muziekwetenschap en na vier leuke bachelor-jaren was ik heel erg toe aan een master. Maar welke? En waarom? Moet ik niet eerst een tussenjaar nemen? En wat nou als ik de verkeerde keuze maak? Ik werd steeds onzekerder en zat steeds minder goed in mijn vel naarmate het langer duurde voordat ik een beslissing had gemaakt. Door middel van dit stukje voor de KLNK hoop ik je een hart onder de riem te steken en enkele fijne oma-adviezen mee te geven, zodat je eigen masterkeuze je hopelijk minder zwaar valt.

 

Goedbeschouwd was de keuzemogelijkheid helemaal niet zo groot (al voelde dat wel zo): ik kon ervoor kiezen om een master te doen aan de UvA, of een master aan de Universiteit van Utrecht (UU). Ik wist namelijk vrij zeker dat ik geen masterprogramma in het buitenland wilde volgen, omdat ik veel te blij was met mijn Amsterdamse leventje. Ik wist ook zeker dat ik een master wilde doen aan een universiteit waar ook (historisch) musicologen werken, dus andere Nederlandse universiteiten waren geen optie. Aan de UvA waren er drie opties: de researchmaster Cultural Analysis, die afviel omdat ik een master zocht waarin ik mijn historische ei kwijt kon, de master Musicology en de researchmaster Art Studies. In Utrecht kon ik kiezen tussen een master Applied Musicology, die afviel vanwege de praktische inslag (ik ben meer een denker en onderzoeker), of een researchmaster Musicology. Als je hebt meegeteld waren er dus maar drie mogelijke masters voor mij in Nederland: de MA Musicology (UvA), ReMA Art Studies (UvA) en ReMA Musicology (UU). Een extra optie was om geen master te gaan doen, maar eerst een jaar iets anders.

heleen

Ik wist echter al vrij snel dat ik wel meteen verder ging studeren. Ik had niet echt iets op mijn lijstje staan waarvoor ik een jaar vrij zou moeten nemen, en het voelde gek om zonder echte reden een jaar te stoppen. Bovendien zou dat allerlei nadelige consequenties hebben, waarvan de belangrijkste was dat ik mijn (hele fijne) studentenkamer uit zou moeten. De masterkeuze zelf was een stuk lastiger dan de keuze om een master te gaan doen. Uiteindelijk is het de ReMA Art Studies geworden, omdat ik het idee had dat de MA Musicology aan de UvA wel erg veel leek op de BA Muziekwetenschap. Bovendien was ik na vier jaar muziekwetenschap, zoals ik het zelf noemde, “wel klaar met de oogkleppen”. Ik vond de bachelor muziekwetenschap erg leuk, maar had het gevoel dat veel van het onderzoek alleen interessant was voor ons kleine vakgebiedje. De oogkleppen moesten af: ik wilde onderzoek doen, historisch musicologisch onderzoek, maar dan wel in een veel bredere culturele context dan ik tot dan toe bij muziekwetenschap had gedaan.

Deze mengelmoes van de meer praktische kunststudenten en de theoretische kunsthistorici van Art Studies levert boeiende discussies op.

Vooralsnog lukt dat goed bij Art Studies. Ik ben de enige musicoloog in een klas van zo’n vijftien studenten. Hierbij zitten ook studenten van de parallelle research-track Artistic Research, een master voor studenten die een BA op een kunstopleiding hebben gehaald, en die hun kunstpraktijk verder willen verdiepen door middel van wetenschappelijk onderzoek. Zij moeten naast het doen van onderzoek ook praktisch bezig blijven met kunst. Deze mengelmoes van de meer praktische kunststudenten en de theoretische kunsthistorici van Art Studies levert boeiende discussies op en het daagt me uit om eens over de heggetjes die om het vakgebied staan heen te kijken. Nog voor de kerst lever ik mijn eerste interdisciplinaire paper in, waarin ik naast muziek ook beeldende kunst heb onderzocht (wat ik nooit voor mogelijk had gehouden na het verschrikkelijke ‘Cultuur en Samenleving’ in mijn eerste jaar muziekwetenschap).

 

Uiteindelijk is mijn masterkeuze dus helemaal op haar pootjes terecht gekomen. Maar hoe zorg jij er nou voor dat je door de bomen het bos blijft zien en een keuze maakt waar je achter staat? Hier een paar adviezen van een ex-master-kiezer:

  1. Hou jezelf voor dat het allemaal wel meevalt. Het is niet de belangrijkste keuze van je leven en het is niet zo dat er geen weg terug is als je keuze de verkeerde blijkt te zijn. Voor mij voelde dat wel zo en daardoor legde ik een onnodig hoge druk op mezelf. Dat maakte de keuze alleen maar moeilijker.
  2. Zoek uit wat je opties zijn. Kies niet meteen voor de meest logische weg (de MA Musicology aan de UvA), maar kijk ook eens naar programma’s waar minder muziekwetenschappers rondlopen. Ik had zelf nog nooit van Art Studies gehoord voor ik op zoek ging, en het was zonde geweest als ik deze toffe master was misgelopen.
  3. Maak een weloverwogen keuze tussen een ‘gewone’ master of een researchmaster. Zo beperk je je keuzemogelijkheden. Een master gaat in het algemeen over verdieping van je bachelor, een researchmaster zorgt voor nog meer verdieping (het duurt vaak twee jaar in plaats van één) en geeft onderzoek een prominentere plaats. Veel lezen en schrijven dus: bedenk goed of dat je ligt.
  4. Zorg voor een plan B. De toelatingseisen voor Art Studies waren best zwaar en ik moest redelijk lang wachten op de uitslag. Oké, het viel wel mee, maar elke dag is er na een tijdje een te veel. De wetenschap dat ik een plan B had (de researchmaster Musicology aan de UU) zorgde ervoor dat ik toch nog enigszins rustig sliep in de nachten tussen het indienen van mijn aanmelding (1 maart) en de uitslag (12 april voor de voorwaardelijke toelating).

 

Ik hoop dat je hier als toekomstige master-kiezer wat aan hebt. Als je vragen hebt over de master Art Studies of over master-kiezen in het algemeen, ik ben er voor je! (Het Ragtime-bestuur weet wel hoe je me kan bereiken.)

 

Heleen Van de Leur