Popronde

 Je maakt veel meters en speelt op allerlei verschillende plekken voor allerhande publiek..

In het najaar van 2016 heb ik meegedaan aan Popronde. Popronde is een jaarlijks rondreizend muziekfestival dat ruim 40 Nederlandse steden aandoet en waaraan meer dan 130 acts op aangesloten zijn. Van tevoren is er een uitgebreide selectieprocedure, want er zijn elk jaar 1300 acts die zich aanmelden. In elke stad zijn cafés, bibliotheken, restaurants, poppodia, kerken of musea bij Popronde aangesloten die elk één of meerdere artiesten uitzoeken, vaak in samenspraak met de lokale coördinator. Als een venue een act vraagt, speelt die act in die stad. Ikzelf heb in 21 steden gespeeld en totaal 26 keer opgetreden, waarmee ik nummer elf was van de meest geboekte acts. En ik ben daar, als jong broekie die net om de hoek komt kijken in de Nederlandse popscene, behoorlijk trots op. Ik vond het al wonderlijk dat ik überhaupt werd geselecteerd. Ik stond geprogrammeerd tussen allerlei bandjes die bij DWDD of 3FM hebben gespeeld, en dat overdondert als je gewend bent om voor vier man in de lokale dorpskroeg te spelen waarbij de helft van het publiek uit je ouders bestaat. Popronde maakt je van een amateur tot semi-pro, of van semi-pro een pro. Je maakt veel meters en speelt op allerlei verschillende plekken voor allerhande publiek, je krijgt (lokale) media-aandacht en houdt er met een beetje geluk een platendeal of boeker aan over. Dat laatste is gelukt, met de media-aandacht viel het mee. Een bebaarde, niet bijzonder aantrekkelijke americana-artiest met een hoed is voor bijvoorbeeld VPRO’s 3voor12 dikwijls minder interessant dan wéér zo’n “vernieuwend” gitaarbandje. Dezelfde kritiek geldt voor De Wereld Draait Door. Overigens is spelen bij DWDD niet per se een voordeel: het kan jou in een minuutje als jonge act net zo goed maken als breken, met hun abominabele geluid. DWDD zou zelfs Prince nog als een schoolbandje hebben kunnen laten klinken.

poprondehengelo
Popronde Hengelo (Foto: Sharon & Maureen Photography)

Maar goed, dat terzijde. Niet alles is even leuk bij de Popronde. Een reden waarom ik veel ben geboekt bij Popronde was (bands en singer-songwriters, pak de pen erbij!) dat ik echt spotgoedkoop was. Mijn bodembedrag was het laagst mogelijke bedrag bij Popronde, namelijk vijftig euro. Dat gold ook als ik naar Sittard of Assen moest. Het nadeel hiervan is dat er venues zijn – voornamelijk luidruchtige bruine cafés met een eigenaar die geen fuck om muziek geeft – die een lekker goedkope act willen en dan maar jou boeken. Een goed voorbeeld was een zaak in Assen, waarbij de vaste gasten keihard door de muziek heen bleven roepen en op een gegeven moment wegens onbekende redenen ook begonnen te schelden en dreigen. Uiteindelijk ben ik ietsje eerder gestopt, omdat de ruzie tussen de vaste gasten en mijn familie dreigde te escaleren, waarna de hufter van een eigenaar mij weigerde te betalen. Dat geld heb ik overigens uiteindelijk wel gehad. Het tegenovergestelde heb ik gelukkig vaker meegemaakt. Zo speelde ik op een plek waar ze stripboeken verkochten (een striptent, ha!), waarna de eigenaar en diens vrouw mij uit eten namen. Behalve het optreden op de mindere plekken heeft een lage bodemprijs vooral voordelen: je maakt immers met veel spelen heel wat meer kans op aandacht van de pers én goede foto’s. Dat laatste is ook niet geheel onbelangrijk. Veel spelen op verscheidene plekken leert je omgaan met verschillende situaties. Het leert je erop te anticiperen en het maakt je weerbaar en flexibel: eigenschappen die elke muzikant nodig heeft. Ikzelf heb dankzij Popronde ervaring opgedaan en er mede dankzij Popronde een boeker aan overgehouden. Verder heeft het voornamelijk heel veel plezier opgeleverd.

Dus, voor alle beginnende en gevorderde bands die door willen naar een volgende stap op de weg naar roem: zorg dat je drie toffe tracks hebt, een nette bio, te gekke bandfoto’s en een mooi live-filmpje, en schrijf je vóór 1 maart in bij Popronde!

Jasper Schalks