Pak je demisemiquaver rest in Boedapest

Na de fantastische studiereis naar Dublin het afgelopen jaar te hebben gemist, besloot ik dit jaar wél mee te gaan met de leukste studieverenging van het land en niet naar de minste locatie. Een der bruisende steden vol kunst en cultuur, Boedapest!
Mijn vliegangst op de heenreis werd verzacht dankzij het door de KLM verzorgde gratis bier (weliswaar Heineken, maar hé, je kunt niet alles hebben) en het met medestudenten uitwisselen van muziek; je bent immers muziekwetenschapper of je bent het niet.
Allen hebben wij tijdens deze week keurig voldaan aan onze educatieve verplichtingen: het bezoeken van een opera, Mozarts Der Zauberflöte (inclusief digitale, visuele effecten die het paradoxaal genoeg deden lijken op een stomme film mét libretto), het bijwonen van een niet zo professionele doch zeer vermakelijke, traditioneel Hongaarse volksperformance en het volgen van een opvallend subjectief college over Henry Purcell aan de prachtige Liszt Academie, waar we aansluitend ook nog een rondleiding kregen aangeboden.
Naast dit goedgevulde programma was er ruimte zat voor eigen ondernemingen. Dansen in de Instant of LÄRM, goedkoop cocktails drinken bij Galéria of stiekem een waterpijp roken in de ruin pub Szimpla Kert (‘gaan jullie daar nu wéér heen?’); dit en meer was allemaal mogelijk tijdens deze studiereis.
Ja, lieve medestudenten, het was me wat, die week in Boedapest. Er is zoveel gebeurd dat ik nauwelijks kan bevatten wat we allemaal hebben meegemaakt.
Zo zongen we onder het genot van een veganistische burger bij de Karavan foodtrucks het Wilhelmus met Zwitsers en Oostenrijkers die een bachelorparty aan het vieren waren en beweerden dat de groom in spe een professionele pianist was die alles kon spelen wat men maar noemde. Helaas voor ons bleek dit niet het geval, maar gezellig was het wel.

 Je bent jong en je wil iets spannends doen. Je houdt van muziek, je bent nota bene muziekwetenschapper, je bent op reis naar Boedapest met je medestudenten en je bent er voor je rust.

Na een boottocht over de Donau ontstond er op een terras in het dorpje Szentendre een heuse rap met woorden die enkel rijmen op ‘aaien’. De tekst kan echter worden ingedeeld onder het kopje ‘explicit content’ en wellicht zullen we deze herzien alvorens dit project verder uit te werken.
Het grootste genot beleefde ik vooral aan kilometers lopen tussen de statige gebouwen in zowel Boeda als Pest, met mijn nog aan te vullen reisafspeellijst op repeat. Niets stemde mij die week zo gelukkig als het continue verdwalen doch herkennen van straten (‘hier ben ik toch al voorbij gelopen?’), het nemen van analoge foto’s en het mijzelf miljonair wanen telkens als ik 1000 Hongaarse forinten uitgaf (omgerekend is dit ongeveer 3,20 euro).

Wat hadden we een avonturen beleefd. Het grootste avontuur moest echter nog komen. Deze studiereis bestond namelijk, in elk geval voor mij, uit allerlei eerste keren. Ik bezocht mijn eerste opera (schande voor een muziekwetenschapper!). Deze week liep ik voor de eerste keer een badhuis binnen; zoals je in Amsterdam natural high wordt van de walm van wiet die boven de stad hangt, zo word je dat binnen de poorten van het Griekse erfgoed door de aangename temperaturen van de binnen- en buiten baden(!), zelfs als de buitentemperatuur 8 graden Celsius is. Het was tevens de eerste keer dat ik een permanente herinnering overhield aan een reis. In alle eerlijkheid: dat had ik aan het begin van de week niet voorzien.

 

Je bent jong en je wil iets spannends doen. Je houdt van muziek, je bent nota bene muziekwetenschapper, je bent op reis naar Boedapest met je medestudenten en je bent er voor je rust. Je naam is Demi en je houdt van flauwe grapjes. Oh, en je wil al sinds jaar en dag een heuse, liefst muziekgerelateerde tattoo.
Het (niet al te verre) verleden doet ons leren dat wij tijdens de colleges Algemene Muziekleer de terminologie in meerdere talen voorgeschoteld kregen. Vooral de Britse benamingen van de noten en rusten brachten ons in verwarring, maar deden ons ook grinniken. Daarbij leverden ze mij een bijnaam op. Voor de musicologen onder ons met een niet al te fris geheugen: je hebt de 8e rust, een quaver rest, vervolgens de 16e rust, een semiquaver rest, en jawel, een 32e rust wordt op het eiland der stereotiepe linksrijdende theeleuten een demisemiquaver rest genoemd.
Het moment was daar, het geld was daar, de tattooshop zat om de hoek van het felgekleurde Casa de la Musica waar wij vertoefden en zo geschiedde. Om half zes lag ik onder de naald en zette een dame met felrood, opgeschoren haar en sleeves op kundige wijze de 32e rust op mijn enkel. Om vijf over half zes was de klus geklaard. Ze had nog nooit iemand zo blij gezien met een tattoo.
Deze bijzondere gebeurtenis werd ’s avonds door ons allen gevierd door het bezoeken van het avondprogramma van die dag: Rájátszás, een Hongaarse folkband die speelde in de A38 Hajó. Het volledige publiek stond mee te zingen en te dansen tot ze erbij neervielen en dankzij de ontmoeting met een Nederlands sprekende Hongaar (Vlaams accent incluis) konden wij óns Hongaars al joelend bijschaven.
’s Nachts, toen we eenmaal terug in het hostel waren, stond ik nog altijd stijf van de adrenaline die er die dag door mijn lichaam was geraasd en liet ik de jonge receptionisten mijn tattoo zien. Zij waren er al even enthousiast over als ik, wat alle vrolijkheid versterkte en het uiteindelijk moeilijk maakte om in slaap te vallen.

 

De demisemiquaver rust in vol ornaat op mijn enkel.

 

Toegegeven: wat er vereeuwigd ging worden op mijn huid moest een weloverwogen keuze zijn. Ik wist altijd al dat ik een muziekgerelateerd symbool wilde laten zetten. Ik had daarom kunnen gaan voor de toonsoort d-mineur (‘mijn favoriete toonsoort is Demineur’), maar dan moest ik ook nadenken over een nummer of stuk beginnend dan wel eindigend in die toonsoort en dat kostte teveel tijd, want ik kon niet zomaar de noten van de eerste de beste ingeving die in mij opkwam in mijn huid laten graveren… enzovoort. Zó spontaan was de onderneming dus niet. Uit de vorige paragraaf valt te begrijpen dat de demisemiquaver rest dus als een vrij logische keuze kwam. Geen poespas, een mooi klein figuurtje dat ook nog eens prima af te dekken is met geitenwollensokken, waardoor ik altijd nog met een gerust hart volledig in stijl kan rondlopen op onze modieuze universiteit.
Overigens zijn er nog twee andere individuen die permanent van inkt zijn voorzien tijdens deze reis, maar wat dat te betekenen heeft moeten jullie ze zelf maar vragen. Voor een van hen was het ook de eerste keer dat de huid op deze wijze onder handen werd genomen.

Het was een zeer enerverende onderneming, deze studiereis naar Boedapest met Ragtime. Dat mag duidelijk zijn. Ik kan jullie niet beloven dat er elk jaar een permanente herinnering bij komt kijken, maar naast de vereeuwiging op mijn huid en fotopapier, zal deze reis ook zeker in mijn geheugen gegrift staan. Ik heb tijdens deze week een hoop nieuwe ervaringen opgedaan, tot dan toe voor mij onbekende plekken bezocht, heel veel gelachen en absoluut niet gehuild (behalve toen bleek dat, omdat alles zó goedkoop was, ik iets te weinig op mijn portemonnee had gelet…). Kortom, het was alleen maar genieten geblazen. Dus, wie zie ik volgend jaar op Schiphol?!

 

Demi van den Wollenberg