Jonathan Richman

Wie is Jonathan Richman en hoe kunnen we hem het beste begrijpen? Hij is een opvallend figuur in de twintigste-eeuwse popmuziek. Ook vandaag de dag trekt hij nog veel mensen naar zijn shows, zowel jong als oud. Jonathan Richman is een provocateur, een sentimentele punk in schaapskleren. Hij houdt vast aan een klassiek idee van de entertainer. Op deze manier geeft hij een functie aan het muzikant-zijn die lijkt op die van de verteller. Richman vertelt moderne verhalen, ze zijn bruikbaar in het alledaagse leven. Hij dwingt ons om opnieuw vast te houden aan dit idee. De entertainer moet geen hoge standaard voorspelen, maar inspelen op het gewoonlijke. Wat is conservatief – en wat is progressief? Zulke vragen zijn belangrijk als we Richman willen begrijpen, want hij keert deze noties om. Progressief wordt dus conservatief en conservatief wordt progressief.

Richman wordt geboren in 1951 en groeit op in een joodse wijk in Boston. Als kind houdt hij van rock ’n roll, maar ook van schilderen. Uiteindelijk verruilt hij op z’n vijftiende de kwastjes voor de gitaar. Hij denkt anders dan de meeste kinderen over muziek: serieuzer, onconventioneler. Op zijn zestiende schrijft hij bijvoorbeeld een artikel voor een lokaal muziekmagazine, getiteld ‘New York Art and the Velvet Underground’. Het vormt een weergave van hoe hij op deze leeftijd over muziek denkt. Ter ondersteuning van een aantal van zijn voorspellingen over de toekomst van de muziekindustrie tekent hij de onderstaande grafiek bij het artikel:grafiek

Richman heeft een duidelijke voorkeur voor ‘ware artiesten’ zoals Pete Townshend en John Lennon (“The Beatles can lead the Stones round by the nose!”). Een uitgesproken mening, maar zeker niet een ongebruikelijke in die tijd. Veel opmerkelijker is de artistieke devotie die hij in zijn hele artikel toont voor The Velvet Underground, een dan nieuwe band die onder het mecenaat van Andy Warhol de New Yorkse art scene vertegenwoordigt op muzikaal vlak. The Velvet Underground heeft volgens Richman alles wat nodig is om een goede band te zijn: eerlijkheid, functionaliteit, eenvoud, erotiek en humor. Het gerucht gaat dat Richman in die tijd om en nabij honderd concerten van The Velvet Underground heeft bezocht. Dit is waarschijnlijk niet waar, maar het is duidelijk dat ze van grote invloed op hem zijn geweest. In het weekend reist hij van Boston naar New York om de band te zien. Hij ziet hun muziek als een vorm van gospel.

Zelf begint hij ook overtuigd te musiceren. Hij zingt en begeleidt zichzelf met elektrische gitaar en treedt op waar hij kan. Als hij in 1969 zijn middelbare school af heeft gemaakt, verhuist hij naar New York en slaapt hij de eerste twee weken op de bank van de manager van The Velvet Underground. Hij wil het maken,modern lovers maar het lukt niet en hij verhuist uiteindelijk weer terug naar Boston. Eind 1970 vormt hij The Modern Lovers. In een tijd waarin virtuositeit, flamboyante presentaties en een stortvloed aan artistieke pretenties beginnen te regeren, een tijd van hard rock en van glam rock, kiezen The Modern Lovers het pad van de rock ’n roll. Hun muziek staat in het teken van rauwe energie en eenvoud: een orgel, een drumstel, een basgitaar en een elektrische gitaar is alles wat nodig is. Het heeft weinig te maken met het hebben van grote versterkers en grote synthesizers en nog minder met compositionele kunstingrepen die een band een plekje moeten verzekeren in de muziekgeschiedenis. Deze werkethiek en het eruit resulterende geluid is de reden waarom The Modern Lovers later ook zouden worden aangeduid als een belangrijke invloed op het genre van de punkmuziek dat enkele jaren later ontstaat.

Aan de andere kant zetten The Modern Lovers zich op een definiërende manier af tegen het recreatieve drugsgebruik dat in die tijd zo typerend is voor The Velvet Underground en popmuziek in het algemeen. Hippies en hippiecultuur worden belachelijk gemaakt, juist in de clubs en concertzalen waar veel hippies komen. ‘I’m Straight’ is daar een goed voorbeeld van. In het nummer probeert Richman een meisje waar hij verliefd op is te overtuigen dat ze haar stonervriendje moet dumpen voor hem:

So this phone call today concerns hippie Johnny.

He’s always stoned, he’s never straight.

I saw you today, you know, walk by with hippie Johnny.

Look, I had to call up and say, I want to take his place.

[…]

Now I’ve watched you walk around here.

I’ve watched you meet these boyfriends, I know,

And you tell me how they’re deep.

Look but, if these guys, if they’re really so great, tell me,

Why can’t they at least take this place and take it straight?

Why always stoned, like hippie Johnny is?

Richman wil met zulke teksten het publiek provoceren, maar hij meent het wel oprecht. Iedereen om hem heen experimenteert in die tijd met drugs, maar Richman is fel anti-drugs en anti-decadentie. De waarden die hij als popartiest wil vertegenwoordigen zijn die van gezond eten, ware liefde, familie en vriendschap enzovoort. Het doet een beetje denken aan John Lennon: “There ain’t nothing like being sober”. Zijn nasale, altijd verkouden stem en slordige parlando-stijl frasering lijken hiermee in contrast te staan, maar waarom eigenlijk? Vaak huilt hij op het podium of trekt hij expres dingen aan waarvan hij weet dat het publiek het niet cool zal vinden. Het is zijn eerlijkheid die provoceert. Het nummer ‘Old World’ is een liefdesbetuiging aan zijn ouders en de jaren vijftig:

Well the old world may be dead

Our parents can’t understand

But I still love my parents

And I still love the old world

Oh, I had a New York girlfriend

And she couldn’t understand how I could

Still love my parents and still love the old world

So I told her: I want to keep my place in the old world

Het verleden heeft voor Richman niet alleen iets nostalgisch, maar is iets dat intrinsiek waardevol is, en is een vorm van bijzondere kennis (verder in het lied: ‘I want to keep my place in the arcane knowledge’) waarmee hij zich kan oriënteren in de moderne samenleving. Roadrunner is de perfecte weergave van deze functie van het verleden. Het is misschien wel het meest kenmerkende lied van The Modern Lovers. De repetitieve en extatische gitaarpartij is vrijwel dezelfde als die van ‘Sister Ray’ van The Velvet Underground. Maar waar The Velvet Underground over drugs en geweld praten, praat Richman over zijn liefde voor radio en het leven in Boston, Massachusetts, waar hij opgroeide:

I’m in love with Massachusetts

And the neon when it’s cold outside

And the highway when it’s late at night

Got the radio on, I’m like the roadrunner

Alright, I’m in love with modern moonlight

128 when it’s dark outside

I’m in love with Massachusetts

I’m in love with the radio on

It helps me from being alone late at night

De muziek van The Modern Lovers heeft onder de laag van amusement en speelsheid een moeilijk te definiëren ‘voorbeeldfunctie’. Richman’s teksten zijn een vehikel voor zijn idealen. De teksten zijn niet alleen humorvol, ze lijken ook bedoeld te zijn als een soort hulp bij het oriënteren in het leven in de moderne stad. Het urbane krijgt zo een romantisch laagje. Muziek draait om houding. De elegante en rustige houding die je aanneemt wanneer je een klassiek concert van Beethoven bijwoont. Ogen dicht, kin omhoog, gecontroleerde extase. Rock ’n roll geeft ook een moreel voorbeeld. De rock ’n roll esthetiek is die van de extase, de jeugdigheid en de beweging. Rock ’n roll is per definitie urbaan en amoureus. Het geeft een voorbeeld over hoe we ons zouden kunnen voelen over liefde en over de stad. Willen we ons simpelweg door de stad bewegen of worden we verliefd op de stad? Het is deze kwestie van thuis voelen die Richman zo goed begrijpt. Het is één ding om ergens te leven, maar het kost moeite om ergens thuis te zijn. Richman gebruikt de rebellie van rock ’n roll, niet om autoriteiten te bevechten, maar om betekenis te distilleren uit het alledaagse stedelijke bestaan. Meningen en opvattingen, simpele observaties, worden bij de luisteraar gecommuniceerd en geësthetiseerd.

Alle vier de nummers waar ik het net over had zijn afkomstig van het zelfgetitelde ‘The Modern Lovers’ uit 1971, een album dat geproduceerd wordt door John Cale van The Velvet Underground. Door labelproblemen komt het pas uit in 1976, wanneer punk al groot is en The Modern Lovers slechts een interessante obscuriteit, een favoriet van muzikanten (zoals Johnny Rotten van The Sex Pistols) maar niet van publieken. Al voor die tijd, in 1973, vallen The Modern Lovers uit elkaar. Richman wil af van het ruige geluid, het moet van hem allemaal wat zachter en traditioneler. De rest van de groep is het er niet mee eens. Later worden sommige van de leden nog succesvol in bands als Talking Heads en The Cars.

In 1976 vormt Richman een nieuwe Modern Lovers, die dit keer in dienst staat van Richman’s terugkeer naar de rock ’n roll zoals die in de jaren vijftig gemaakt werd. Vanaf hier veranderen de bezettingen steeds, maar een algemeen kenmerk is dat ze erg spaarzaam zijn. De zang van Richman is het belangrijkste in deze nummers, de rest dient als ondersteuning. Soms croont hij of begint hij een couplet met: “Weeell…”, zoals Carl Perkins dat zo goed kon. Het adolescente, provocatieve punkrandje is er nu af. Het is vervangen door iets wat op het eerste gezicht op kinderlijke nostalgie lijkt, gespeeld en ironisch. Het is inderdaad zo dat de nummers gekenmerkt worden door hun vrijwillige naïviteit, maar de muziek heeft hierdoor juist aan volwassenheid gewonnen. Richman zet de lijn voort die hij al eerder was begonnen, met simpelheid en directheid als de noodzakelijke ingrediënten voor een goed lied.

Muziek en tekst bevinden zich nu nog veel meer binnen het muzikale idioom van de rock ’n roll. Richman kan een liefdesliedje over Abdul en Cleopatra zingen zonder dat hij een Arabische toonladder gebruikt. Exotische elementen blijven aan de oppervlakte. ‘Egyptian Reggae’ wordt een hit in Engeland. Iedereen kent dit nummer – zodra je het hoort herken je het meteen. Maar ook dit jonathannummer klinkt eerder als The Shadows dan als daadwerkelijke Egyptische reggae. Het is een soort truc, een manier om dubbel te bevestigen dat we naar ouderwetse rock ’n roll luisteren. ‘I’m a Little Dinosaur’ gaat over een verdrietige dinosaurus die weg wil lopen van huis, maar van vervreemdende prehistorische soundscapes is geen sprake. Het meest exotische wat Richman tijdens dit nummer kan doen is over het podium struinen als een viervoeter en doen alsof hij moet huilen.

Je krijgt het gevoel alsof Richman de meest banale, alledaagse onderwerpen kan omvormen tot een simpel en aanstekelijk nummer. ‘Ice Cream Man’ is een voorbeeld van zo’n nummer. Het zou makkelijk uitgebracht kunnen zijn door een girl group in de jaren ’50. In het nummer zit een verwijzing naar het muziekje dat de oude vertrouwde ijscowagen afdraait:

Ice cream man, upon my street,

I heard your truck outside and it’s a-neat, a-neat

Ice cream man, ring your bell!

Play the music that I’ve learned to love so well.

Ice cream man, ring your chimes

They lighten up the afternoon so fine.

Het is een nummer over de ijscoman en zijn deuntje, maar de daadwerkelijke klankuitbeelding van dit deuntje vindt pas plaats in het hoofd van de luisteraar. Het is een soort zuinige oppervlakkigheid die eigenlijk heel goed werkt in muziek. Het onderwerpmateriaal blijft niet beperkt tot exotische oorden. Richman zingt over alles wat hij wil en of het nummer nu over zijn favoriete jeans (Wranglers) of over waarom hij liever de bus neemt dan het vliegtuig gaat, het heeft altijd iets vertrouwds en herkenbaars. Juist doordat hij niet teveel probeert te zeggen, weet hij te communiceren. Als Jonathan Richman een nummer over Vincent van Gogh schrijft, heeft hij het niet over zijn wanhoop of gekte, zijn tragische levenseinde, zoals een of andere Industrial muzikant dat zou doen. ‘Vincent van Gogh’ gaat over een man die vooral van kleuren hield en die hierdoor de ‘baddest painter since Jan Vermeer’ werd (‘bad’ als in goed/stoer). Het nummer lijkt wat dit aspect betreft op het eerdere Modern Lovers nummer ‘Pablo Picasso’, waarin wordt ingegaan op Picasso’s onschendbare aantrekkelijkheid (“As he walked down the street, girls could not resist his stare: Pablo Picasso never once got called an asshole”). Het is iets dat iedereen die wel eens een biografie over Picasso open slaat denkt.

Jonathan Richman heeft een uitgebreide carrière gehad, een die nog steeds voortduurt (hij is nu 61 jaar oud). Hij zingt tegenwoordig trouwens niet alleen in het Engels, maar ook in het Frans, Spaans en Hebreeuws. Omdat dit artikel al te lang is kan ik niet meer ingaan op andere dingen die ik interessant vind aan Richman. Maar ik wil alsnog wel een opmerkelijk feitje toevoegen voor de mensen die ooit de film ‘There’s Something About Mary’ hebben gezien, een blockbuster uit 1998 met onder meer Ben Stiller, Matt Dillon en Cameron Diaz in de hoofdrollen. Iedereen die deze film heeft gezien herinnert zich vast wel de scène waarin Diaz een kwakje sperma dat aan Stiller’s oor hangt aanziet voor een portie haargel en het goedje vervolgens in haar haar smeert einde(wat een hilarische kuif tot gevolg heeft). Maar wat waarschijnlijk weinig mensen weten is dat Jonathan Richman en zijn drummer in totaal zes keer optreden in de film. Zodra de film begint zien we hem al in een boom zitten en het titelnummer van de film voordragen, een liefdesballade. Het loopt in de film trouwens slecht met hem af, maar ik ga niet verklappen hoe dit gebeurt. Als je door dit artikel Jonathan Richman leuk bent gaan vinden, kijk dan vooral de film nog een keer en verwonder je over het feit dat je hem al die jaren over het hoofd hebt gezien.

Mari van Stokkum

Reacties

  1. Wat leuk! Je deed me al aan Jonathan Richman denken toen je niet in Daalwijk wilde wonen omdat je bang was om uit het raam te vallen, Mari.