Waar Taal Niet Genoeg Is, De rol van muziek in de ontwikkeling van de mens

 

Muziek is van alle tijden. Elke generatie kent zijn eigen ‘muzikale helden’, van Mozart tot Frank Sinatra en van Perotinus tot de Beatles. Maar waar komt muziek vandaan? Wanneer begon dit ‘van alle tijden’ en vooral, waarom is muziek ontstaan en zo belangrijk geworden in onze samenleving? Naar deze vragen wordt al jaren onderzoek gedaan, maar er is nog steeds geen eenduidig antwoord op gevonden. Darwin noemde muziek al een van de grootste mysteries van de mensheid, aangezien hij geen eenduidige evolutionaire grondslag voor het ontstaan ervan kon vinden. En toch, elke cultuur die hij op zijn reizen is tegengekomen kende muziek. Maar als er geen duidelijke grondslag te vinden is, is er dan überhaupt wel een evolutionaire reden voor het ontstaan van muziek? Nee, stelt de Canadese taalkundige en psycholoog Steven Pinker (1997): muziek is niets meer dan een ‘auditory cheesecake’, lekker en leuk maar niet noodzakelijk voor het voortbestaan van de mensheid. Muziek is, zo legt Pinker verder uit, een superstimulus. Een superstimulus is een extreme variant van een natuurlijke stimulus, die dan ook een sterkere reactie uitlokt dan de natuurlijke stimulus zou uitlokken. Bijvoorbeeld: als meeuwenjongen gevoerd willen worden, moeten zij eerst pikken naar de rode plek onder de snavel van de ouder, waarop deze vervolgens het eten uitspuwt. Deze plek is relatief klein en als je de jongen bloot zou stellen aan een nepsnavel met een veel grotere rode plek zullen zij ook veel harder en fanatieker gaan pikken. De nepsnavel dient hier dan als een superstimulus. Mensen reageren op taal en op ritmiek en muziek zou, volgens Pinker, daar een extreme variant op zijn. De extreme reactie die muziek  oproept vinden wij prettig en dat zou de reden zijn waarom wij muziek maken. Pinker gaat zelfs zover dat hij stelt dat de mensheid weinig tot niet zou veranderen als je muziek zou verwijderen uit ons leven.

 

Maar waarom zou iets, wat volgens Pinker niets meer is dan een soort drug, zo belangrijk zijn in onze, en elke andere, cultuur? Vrijwel elke bekende samenleving kent een muziektraditie, welke niet alleen bestaat uit het maken van muziek maar ook uit het bewegen erop en het leren en denken erover, dus aan de ontwikkeling ervan. Dit alleen al zet voor mij grote vraagtekens bij de theorie van Pinker en roept de gedachte op dat muziek iets universeels en noodzakelijks is. Ook de oude Grieken waren bijvoorbeeld al overtuigd van de belangrijke rol van muziek. Volgens de theorieën van Pythagoras en Plato speelt muziek een belangrijke rol in de ordening van de kosmos, en in het begrijpen van de kosmos door de mens. De klassieke Griekse cultuur is niet de enige cultuur waarin muziek deze rol speelt; ook onder andere in het oude Perzië en bij indianenstammen in de Amazone werden zulke ideeën gehuldigd. Daaruit blijkt dat muziek een belangrijke rol heeft gespeeld in de ordening van ons wereldbeeld. Muziek is dus niet zomaar, zonder gevolgen, weg te denken uit onze maatschappij; muziek is nodig om voor het begrip van bepaalde onderwerpen, begrip waarvoor taal niet volstaat

 

Muziek is dus geen auditory cheesecake of superstimulus en heeft wel degelijk zijn belang, maar waarom is de oermens ooit begonnen met het maken van muziek? Waarom heeft muzikaliteit zich bij de mens ontwikkeld en niet bij, andere, dieren? Eerst zullen we de vraag waar muziek vandaan komt moeten beantwoorden. Helaas is dit al een vraag waar geen definitief antwoord op te geven is. Toch zijn er een aantal theorieën, waarvan de meest gangbare door Mithen (2005) wordt uitgewerkt in zijn boek The singing neanderthals. Dit is de theorie van de musilanguage, welke ervan uit gaat dat taal en muziek zijn ontstaan uit een gemeenschappelijke voorloper. Deze prototaal, of zoals Mithen hem noemt: Hmmmmm, zou een verzameling melodieuze klanken zijn met elk een eigen betekenis, echter nog zonder grammatica. Doordat de mens zich ging ontwikkelen, ontwikkelde deze prototaal zich ook, tot de veel preciezere, maar ook minder melodieuze talen die we nu kennen. Echter zou uit de melodieuze kant van Hmmmmm, in hetzelfde proces, ook muziek zijn ontstaan. Maar waarom? Waarom was het nodig dat de melodieuze aspecten van Hmmmmm, naast de voor communicatie veel geschiktere taal, zich door ontwikkelde? Hierover bestaan meerdere ideeën waarvan de belangrijkste hier worden benoemd.

 

Muziek als seksuele selectie

Darwin opperde al de mogelijkheid dat de oorsprong van muziek in het verleidingsproces te vinden zou kunnen zijn. In zijn boek The descent of man, and Selection in relation to seks (1871) vergelijkt Darwin de zang van vogels, welke inderdaad een rol speelt in het paringsritueel, met de muziek van mensen. Darwin zegt het volgende over muziek:

“… it appears probable that the progenitors of man, either the males or females

or both sexes, before acquiring the power of expressing their mutual love in

articulate language, endeavoured to charm each other with musical notes and

rhythm.” (Darwin (1871) pp. 880)

Deze theorie kreeg in eerste instantie niet veel bijval; meerdere onderzoeken hebben aangetoond dat vogelzang en menselijke muziek geen genetische relatie hebben (Levi-Strauss (1970)).  Dat ze geen genetische relatie hebben betekent echter niet dat ze niet dezelfde adaptieve functie kunnen hebben, stelt Miller (2000). Miller gaat door op de theorie van Darwin en houdt muziek voor een biologische adaptie, een dusdanig unieke en complexe adaptie, dat volgens Miller muziek wel van belang moet zijn voor de overleving en/of de voorplanting van de mensheid. Aangezien er, zo stelt Miller, geen duidelijke nut voor overleving te vinden is, zal de grondslag voor muziek wel moeten liggen in de voortplanting, en dus in seksuele selectie.

 

Muziek als sociale cohesie

Een andere theorie is dat muziek een sleutelrol zou hebben gespeeld in groepsvorming en samenwerking. Cross & Morley (2008) beschreven muziek als een belangrijk sociaal psychologisch fenomeen welke naast taal staat als een communicatieve vaardigheid.

 

Muziek als versterking voor de ouder/kind band

De relatie tussen een ouder en kind is belangrijk voor het overleven van het kind. Het kind moet zich immers vertrouwd voelen met degene die hem opvoedt en verzorgt. Muziek speelt bij dit vertrouwensgevoel een belangrijke rol, kijk maar hoe de zachte melodieuze stem van de moeder een kind zich doet ontspannen. Dissanayake (2000) stelt dat muziek een cognitieve/emotionele oorsprong kent, die de overlevingskansen helpt vergroten door bij te dragen aan de ontwikkeling van deze cruciale band tussen moeder en kind.

 

Muziek als (hulp)middel in opvoeding en educatie

Een theorie die in ieder geval tegenwoordig een belangrijke rol speelt. Kijk maar naar programma’s als Sesamstraat of Baby Einstein, waarin baby’s en kleine kinderen met behulp van muziek kunnen leren. Muziek helpt in het leerproces van kinderen, en zelfs volwassenen, door een veilige en actieve leeromgeving te creëren. Honing (2011) gebruikt de term ‘beneficial play’, om deze functie van muziek te omschrijven.

 

Vier verschillende, mogelijke ‘oorzaken’ voor muziek, die alle vier even logisch klinken en waarbij muziek ook daadwerkelijk een belangrijke rol speelt, maar welke is dan de oorspronkelijke evolutionaire taak van muziek? Alle vier, en geen van deze vier.

 

Laten we eerst eens kijken naar evolutie als begrip zelf. De evolutietheorie is bedacht door Darwin en beschreven in diens boek The origin of species. Met de evolutietheorie doet Darwin een poging de ontwikkeling van nieuwe soorten te verklaren. Elk leven kent een drang om te overleven als individu en als soort. Dit laatste houdt vooral de drang tot voortplanting in. Om te overleven is aanpassing aan de omgeving noodzakelijk; degenen die dit het efficiëntst doen, overleven en planten zich voort. Er vindt selectie plaats. Deze aanpassingen zijn echter volledig willekeurig. Toeval is dan ook een belangrijk sleutelbegrip in de evolutietheorie. Zo kunnen twee veranderingen die onafhankelijk van elkaar op verschillende plaatsen optreden maar die beiden bijdragen aan overleving van de soort, zich met de soort mee ontwikkelen. Doordat, wanneer deze efficiëntere levensvormen zich voorplanten, eigenschappen overerven, ontstaat variatie tussen levensvormen en ontwikkelen zich verschillende soorten.

 

Terug naar muziek: muzikaliteit is zo een aanpassing, of adaptie (Miller (2000)) en aangezien deze aanpassing nog steeds aanwezig is in de mensheid, moet hij  dus een positief effect op de overleving hebben. Dat muziek belangrijk is hadden we al vastgesteld, namelijk omdat het helpt in ordenen wanneer dat met taal niet lukt en in dit gegeven zit de evolutionaire reden voor muziek verstopt. De vier eerder genoemde rollen die muziek heeft gespeeld en nog steeds speelt zijn alle vier reëel: de rol van muziek is voor het resultaat in die situaties cruciaal in de zin van: zonder muziek zou het resultaat anders zijn. Wat nu hebben deze vier rollen gemeenschappelijk? Wel, ze dragen allen bij aan communicatie op een andere manier dan taal dat doet. De oude Grieken ordenden de kosmos aan de hand van harmonieën, muziek, iets wat met taal niet lukte. Op het moment dat taal vorm begon te krijgen uit de prototaal ontstond logischerwijs ook muziek, de melodieusheid die taal verloor was alsnog nodig in een andere aspect van communicatie. Aanpassingen zijn willekeurig en niet per se op één taak gericht, zo ook muziek. Muziek is een breed begrip en een die vele rollen speelt in het leven van de mens. Echter hebben deze rollen wel allemaal een ding gemeen en dat is dat ze taal aanvullen wanneer taal tekort schiet.

 

Muziek vult dus taal als het ware aan, maar waarin? Wat ontbreekt er aan taal? Evolutionair gezien is het nut van communiceren vooral te vinden in het overtuigen van anderen. Als je iets als groep, als een sociale eenheid, voor elkaar wilt krijgen, is het noodzakelijk te handelen vanuit één plan en om te zorgen dat iedereen zich aan dat plan conformeert en houdt, zullen de groepsleden overtuigd moeten worden. In het oude Griekenland werd de kracht en het belang van overtuigend zijn reeds ingezien en als het ware verheven tot een soort kunst: de retorica. De Griekse filosoof Aristoteles beschreef in zijn Ars Rhetorica de middelen van overtuiging. Volgens Aristoteles zijn er drie verschillende manieren waarop een spreker kan overtuigen, namelijk door de logos, door de pathos of door ethos van de spreker. Met logos bedoelt Aristoteles overtuigen met het gesproken woord zelf, door middel van logisch redeneren en het gebruik van argumenten. Ethos heeft betrekking op de autoriteit van de spreker. Deze autoriteit kan van veel dingen afhangen zoals bijvoorbeeld: een zekere houding, een achtergrond in het onderwerp of betrokkenheid in de zaak. Pathos staat voor emotie: als je iemand echt wilt overtuigen zal je niet alleen op zijn redelijkheid moeten inspelen maar ook op zijn gevoel. Bij het overbrengen van het laatste, pathos, schiet taal sec te kort, want hoe breng je emoties over met taal? De benoeming van emoties is niet voldoende. Zichtbaar bij begaafden sprekers, zoals Barack Obama, is het gebruik van stembuigingen, van klemtonen, van dynamiek, van fluisteren tot schreeuwen:  oftewel je ziet dat men taal muzikaler gaat maken. Taal kan op zichzelf maar beperkt emoties overbrengen, muziek kan dat daarentegen zeer goed.

Communiceren is overtuigen en overtuigen is essentieel voor de overleving van de mens. Om te overtuigen heb je onder andere pathos nodig en pathos kan worden opgeroepen met muzikaliteit. Wat het Hmmmmm is verloren bij het zich ontwikkelen tot moderne talen is de mogelijkheid om emotie over te brengen. Daarom was het noodzakelijk om naast taal ook muziek te ontwikkelen. Om als een sociale eenheid te fungeren moet de mens ook emoties kunnen communiceren.

 

Muziek en muzikaliteit zijn, voor zover bekend, ten opzichte van andere diersoorten uniek voor de mensheid en universeel binnen de mensheid. In elke cultuur speelt muziek een duidelijke rol naast taal: deze rol kan die zijn van vermaak, groepsvorming, educatie, geschiedenis, verklarend, genezend, ritueel en nog veel meer, maar altijd vormt muziek een aanvulling op taal. Taal behoeft aanvulling waar het gaat om pathos, het overbrengen van emotie. Mensen zijn sociale dieren en communicatie is voor hen essentieel. Dat geldt weliswaar niet alleen voor mensen, maar alleen bij mensen is taal geëvolueerd tot een hoog abstractieniveau en de differentiatie die daarbij hoort. Voor de mens is taal een medium om te communiceren maar zeker niet het enige medium dat daarvoor geschikt is. Mensen denken vaak in taal, maar kunnen ook denken in wiskunde, kleuren of beelden. Echter is evolutionair gezien de belangrijkste functie van communiceren overtuigen, en hierin zijn taal en muziek de belangrijkste media. De twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, en vullen elkaar op zo’n manier aan dat retorica, de kunst van het overtuigen, tot bloei komt.

 

 

Referenties:

Pinker, S. (1997). How the mind works. New York: W. W. Norton.

 

Darwin, C. (1871). The descent of man, and selection in relation to sex (2 vols.).

London: John Murray.

 

Darwin, C. (1859). The origin of species. London: John Murray.

 

Levi-Strauss, C. (1970). The raw and the cooked. London:  Cape.

 

Miller, G. F. (2000). Evolution of human music through sexual selection. In N. L.

Wallin, B. Merker, & S. Brown (Eds.), The origins of music. London: MIT Press.

 

Cross, I. & Morley, I. (2008). The evolution of music: theories, definitions and the

nature of the evidence. In S. Malloch & C. Trevarthen (Eds.), Communicative musicality (pp61-82). Oxford: Oxford University Press.

 

Dissanayake, G. (2000). Antecedents of the temporal arts in early mother-infant interaction. In N. L. Wallin, B. Merker, & S. Brown (Eds.), The origins of music. London: MIT Press.

 

Mithen, S. (2005) The singing neanderthals. The origins of music, language, mind and body. London: Weidenfeld & Nicolson.

 

Honing, H. (2011). Musical cognition. A science of listening. New Jersey: Transaction Publishers

– Johan Tangerman