Cognitie, iets met psychologie?

In het tweede jaar kunnen we een vak in een relatief nieuw onderzoeksveld binnen de muziekwetenschap volgen: het vak muziekcognitie. De universiteit van Amsterdam draagt aan dit veld een steentje bij in de vorm van de onderzoeksgroep Music Cognition Group.

Maar wat is muziek cognitie? Waar doet het onderzoek naar? Om deze vraag te beantwoorden kijken we in dit stukje eerst naar het fenomeen cognitie.

Cognitie is een interdisciplinair onderzoeksgebied. Dat wil zeggen dat er informatie wordt gecombineerd uit verschillende vakgebieden, vooral uit psychologie en (neuro)biologie. Het woord cognitie komt van het Latijnse woord cognitio, dat kennis of weten betekent. Cognitiewetenschap doet onderzoek naar het hoe van weten, naar zogenaamde cognitieve functies. Deze functies zijn: waarnemen, bewegen, denken, leren en taalgebruik. Omdat ze vooral plaatsvinden in het brein, is dat het voornaamste onderzoeksgebied. Wat cognitiewetenschap eigenlijk probeert te doen, is een link leggen tussen gedrag, bewustzijn en de daarbij behorende hersenactiviteit. Maar hoe vind je zo’n link? Cognitieve wetenschap kent grofweg twee manieren van onderzoek: laesie onderzoek en “brain imaging”.

Een laesie is een afwijking in het weefsel van een organisme, bijvoorbeeld een tumor. Wanneer zo’n laesie zich in de hersenen bevindt, kan dat gepaard gaan met veranderingen in gedrag. Deze veranderingen linken aan de plek van de laesie, kan iets vertellen over de cognitieve functies van dat stukje van de hersenen. Het grote nadeel hiervan is dat laesies over het algemeen niet heel specifiek zijn en vaak in meerdere hersengebieden vallen. Dit kan echter worden omzeild door precieze laesies te creëren bij proefdieren.

Bij brain imaging nemen onderzoekers met behulp van moderne technieken een (klein) kijkje te nemen in de hersenen van een proefpersoon. De meest gebruikte mechanieken hierin zijn EEG (elektro-encefalografie) en MRI (magnetic response imaging). De eerste gebeurt door elektroden op de schedel van de proefpersoon, die hersenactiviteit in tijd meten. Bij de tweede wordt de proefpersoon in een grote magneet (de scanner) geplaatst. De magneet brengt vervolgens de plek van hersenactiviteit in beeld. Het grote verschil tussen de twee is dus dat EEG weinig zegt over de plaats, maar wel over het moment van de activiteit, en dat MRI weinig zegt over het moment van de activiteit, maar juist wel over de plaats. Deze technieken worden in experimenten vaak gebruikt terwijl de proefpersoon een taak uitvoert, beelden bekijkt, of geluiden hoort. Daardoor krijg je een beeld van hoe het brein zulke taken uitvoert. Naast EEG en MRI zijn er nog andere methoden. Het grote nadeel dat blijft, is dat je over het algemeen niet per taak een bepaald stukje hersenen gebruikt, maar dat er activiteit over grote schaal plaats kan vinden.

CognitieDit was maar een korte inleiding in wat cognitie nu precies inhoudt. Er gebeuren veel meer interessante dingen in dit interessante veld dan ik hier kwijt kan. De volgende keer zullen we ons richten over wat je vanuit dit onderzoeksveld over muziek kan zeggen.

Johan Tangerman